Vakantie aanbod Brazilië

Arke.nl vanaf €628,- pp

Braziliëonline.nl vanaf €150,- pp

Clubmed.com prijs op aanvraag

ElmarReizen.nl vanaf €517,- pp

FloowTravel.nl vanaf €517,- pp

 

Fox.nl vanaf €1649,- pp (Groepsreis)

GoBest.nl vanaf €628,- pp

Kras.nl vanaf €1699,- pp

Lastminute.nl 

Mambo.nl vanaf €2189,- pp

 

Olafreizen.nl vanaf €399,- pp

PeterLanghout.nl vanaf €1398,- pp

ReisSpecialist.nl vanaf €467,- pp

Riksjaonline.nl vanaf €150,- pp

Sawadee.nl vanaf €2995,- pp

 

Shoestring.nl vanaf €1699,- pp

Skytours.nl vanaf €499,- pp

SNP.nl vanaf €2685,- pp

TravelXS.com vanaf €150,- pp

Vakantiediscounter.nl vanaf €507,- pp

 

Vakantiestunt.nl vanaf €499,- pp

Vamonos.nl vanaf €1249,- pp

Vliegfabriek.nl vanaf €1122,- pp

Voordeligehotels.nl vanaf €85,- pp per nacht

 

Door Rummikub

Dag 1 – 26 juli – Arnhem - Amsterdam - Oporto - Rio de Janeiro.

Van tevoren lijkt alles eng, romantisch, groot, gevaarlijk, onverwachts en onoverzichtelijk. Op het moment dat je in Rio de Janeiro staat is het ook maar gewoon een stad. Een stad met MacDonalds, een stad met historie, een stad met veel lelijke gebouwen, een stad met ontzettend veel arme mensen (die ook maar gewoon mensen zijn), een stad waar normale auto’s ver weg gestopt zijn, een stad waar taxi’s, bussen en cabrio’s de weg vervuilen en een stad waar het vroeg donker wordt…


 

Dag 1 – 26 juli – van Arnhem naar Amsterdam, van Amsterdam naar Oporto, van Oporto naar Rio de Janeiro

 


Deze dag was een cadeautje. We hadden vandaag druk kunnen zijn met het inpakken van onze rugzakken, het nogmaals doorlezen van de veiligheidsvoorschriften van een stad als Rio de Janeiro en het bedenken of we dat ene T-shirtje nou wel of niet mee zouden nemen. Dat deden we vandaag niet, dat deden we gisteren.  Een fout van onze reisorganisatie bezorgde ons een extra dag vakantie. Een dag waar menig toerist blij mee zou zijn als hij op vakantie zou gaan. Ik niet.


 

‘Ik wil heel graag jullie foto’s zien, als jullie terug zijn. Als jullie het fototoestel tenminste nog hebben, als jullie terug zijn.’ sprak een tante.

‘Kom heelhuids terug!’ verzocht menig vriend en familielid.

‘Pas goed op elkaar!’ gebood de buurvrouw ons.

‘Waarom gaan jullie eigenlijk naar Brazilië?’ vroeg moederlief een paar dagen van tevoren voorzichtig.

‘In deze riem zit een handig vakje. Daar kun je dollars in bewaren, ziet niemand. Als je dan niets meer hebt, heb je deze dollars in ieder geval nog.’ tipte mijn zus ons terwijl ze al haar handige reisgadgets overhandigde.

‘Ik zag laatst een documentaire…’ begon een collega met z’n verhaal. Stop. Ik wil het verhaal verder niet horen. Ik zie je 4 september weer.

‘Het is echt leuk hier. Natuurlijk blijft het oppassen hier, vooral ´s avonds, maar ondanks dat kan je het hier heel leuk hebben.’ mailde vriendin D. vanuit Rio, op 15 juli.

‘Neem geen risico’s!’ fluisterde moederlief vlak voordat we de vertrek hal in stapten.

 


Je gaat niet zo maar naar Brazilië. Het is geen Turkije of de Costa Brava. We hebben bewust gekozen voor een land in Zuid-Amerika en hadden ons van tevoren uitgebreid ingelezen in verschillende landen. Een engeltje (of een duiveltje) fluisterde ons allebei regelmatig het woord ‘Brazilië’ in de oren. Hoe vaker we vertelden dat we naar Brazilië zouden gaan, hoe vaker we te horen kregen dat het daar toch wel erg onstuimig kan zijn. Goh! Dat we moeten oppassen, ’s avonds de straat niet op moeten gaan, elkaar in de gaten moeten houden, geen horloge om moeten doen, blingbling-oorbellen thuis zouden moeten laten en vooral niet opvallend foto’s zouden moeten maken met een teletelelens. Dan heb ik ook nog niet eens over de blikken van sommige mensen, deze zijn toch totaal anders dan als je zegt dat je naar een villa met zwembad in Zuid-Frankrijk gaat.

Logisch natuurlijk, maar het zorgt er wel voor dat ik steeds minder zin had in deze reis. Ik probeerde me de afgelopen dagen op te peppen door op de site van ministerie van BuZa te kijken (geen negatief reisadvies), de plaatjes van verschillende bestemmingen af te speuren (hangmatten, palmstranden en inheemse diersoorten compenseren het tegen-een-vakantie-op-zien best wel) en na verloop van tijd wilde ik ook sterker zijn dan dit gevoel:

‘Ik vind het vervelend dat als ik over mijn reis begin vaak te horen krijg dat ik op moet passen, in plaats van dat men mij het gevoel geeft dat ik een geweldige tijd ga hebben.’

 

Kortom, een extra dag Rio de Janeiro zag ik niet als cadeau, maar als een extra dag survival in de jungle van straatkinderen, overvallers, moordenaars en enge ziektes.

 

Om 3.45 uur Nederlandse tijd (in Rio: 22.45 uur) werden we vanmorgen opgehaald door mijn ouders. Ik kreeg de afgelopen dagen sterk het gevoel, dat mijn ouders zin hadden om zo min mogelijk over onze reis te praten. Als ze maar weer zo snel mogelijk terug zijn. Terwijl wij ons aan het oppeppen waren voor deze reis, werkte dit niet echt motiverend. In de auto richting het grootste vliegveld van ons land merkte ik aan mezelf dat ik ook alleen maar positieve dingen over het land aan het vertellen was.

‘Pap, de kolibri leeft ook in Brazilië! De grootste vogel daarentegen is zelfs twee meter hoog.’ vertelde ik enthousiast aan mijn vader, een grote vogelliefhebber. ‘Zal ik koffie voor je meenemen, mam?’

Mijn wijze zussen hadden me een aantal maanden geleden al toevertrouwd dat ik de enge verhalen over favela’s en overvallen misschien beter achterwege kon laten waar mijn ouders bij waren. Prima, want daar wilde ik zelf ook zo min mogelijk over praten.


Onze vlucht bestond uit twee delen. Van Amsterdam stapten we in een vliegend busje. Een vliegtuig met niet veel stoelen. Aan merknamen en types doe ik niet, dus dit is geen letterlijke vertaling van ‘Airbus’. We hadden het gezelschap van half Purmerend. Zij hadden blijkbaar niet de tip had gekregen om hun blingbling thuis te laten. Terwijl ik zonder sieraden op stoel 11E zat, zaten de Sherleys en Priscilla’s met zware gouden kettingen achter me, klaar voor ordinaire stranden in Portugal. We stapten in Porto uit (wat vanaf nu als Oporto door het leven gaat voor ons, zo wordt het daar tenslotte ook genoemd).

‘Pfff… wat een lange vlucht.’ Klaagde een tienermoeder die haar ‘Mini-me’ van een paar weken oud meezeulde. Tienermoeder had blijkbaar nog niet door dat buiktruitjes sowieso passé zijn en al helemaal als de sporen van een pasgeborenen nog zichtbaar zijn als buikrol. Ik keek op dat moment van tienermoeder naar ‘Mini-me’ die al zichtbaar bij de familie hoorde door haar gouden oorbellen en vervolgens naar zusterlief van tienermoeder, die in haar glimmende trainingspak de handbagage pakte. Ik dacht alleen maar aan het feit dat wij vervolgens (inclusief overstaptijd) nog zeker elf uur onderweg zouden zijn.

Elf uur hangen, wachten, zitten, plas ophouden, nadenken over wat komen gaat en nogmaals de reisgids doorlezen. Elf uur. Stomme clichés als ‘Je stelt je er op in, dus dan vallen die elf uren vast wel mee’ en ‘De tijd vliegt vast’ schieten dan door je hoofd en spreek je zelfs nog uit ook. Er op ingesteld was ik zeker, maar helpt dat? Ach, er vliegen ook mensen naar Australië. Wat zeur ik?

Boven Brazilië

Bijkomend feit bij alle faveladrama’s van Brazilië was ook nog eens de varkensgriep, Mexicaanse griep, nieuwe griep oftewel ‘influenza A H1N1’, die als een donderwolk boven de gehele wereld hangt. Alles wat op tv is, is natuurlijk maar de vraag of het echt bestaat. Totdat we in Oporto de eerste mondkapjes zagen. Je gaat je allerlei dingen afvragen. Hébben deze mensen een enge ziekte of wíllen ze juist geen enge ziekte? Elke hoest, rochel en nies in het vliegtuig deed mij opschrikken, wat natuurlijk nergens voor nodig is, maar je weet maar nooit.

Na 9,5 uur vliegen bleek dat de eigenaar van het mondkapje niet de enige was die enigszins panisch was over de nieuwe griep. Voorlichters stonden gillend te verkondigen dat we op moesten passen en stonden mondkapjes aan te smeren. Douane door, lang wachten bij de bagage en uiteindelijk stond daar een klein Braziliaantje voor ons klaar om ons enige informatie te verstrekken over de rest van onze reis. We waren erg afhankelijk van deze man; hij had de vouchers, adressen en het telefoonnummer voor onze transfer richting Copacobana.

Rond 18.30 uur konden we voor het eerst de lucht van Rio de Janeiro opsnuiven. Het bleek al donker te zijn. Dat is natuurlijk heel logisch, want het is daar tenslotte winter, maar hoe moet dat dan met eten als je ’s avonds de straat beter niet op kan in Copacobana? Daar had ik nog niet over nagedacht. Tijd om hier lang over na te denken had ik niet. De taxichauffeurs boden ons aan alle kanten aan om ons naar het centrum te brengen. Op dat moment belde ons mannetje met een andere mannetje. Deze andere man kwam binnen afzienbare tijd aanrijden in zijn pooierbak met geblindeerde ramen. ‘Neem geen risicio’s’ had mijn moeder gezegd.' Was dit niet juist een risico? Instappen bij een vage man met geblindeerde pooierbak? Vervolgens werden ook nog de portieren op slot gedaan. Geen weg terug.

‘Ik weet niet of je het door hebt, maar we rijden in Zuid-Amerika, lieve schat.’ zei ik zo nuchter mogelijk tegen vriendlief. Totaal niet beseffend waar we waren, zagen we dat we niet in de enige auto van Rio de Janeiro met geblindeerde ramen reden en al zeker niet de enige auto die als een gek tussen de palmbomen doorschoot. Dan zaten we vast ook niet bij de enige chauffeur die zijn portieren op slot deed. Beelden van car-jackers schoten door mijn hoofd en ik had steeds meer zin in de komende dagen.

Het is nu 20.15 uur. Keurig in onze pyjamaatjes zitten we op ons bed in Rio de Janeiro. In Rio de Janeiro. We gaan slapen. Het is al 3.15 uur voor ons. We zijn al ruim 24 uur wakker.| 

 

 

Dag 2 – 27 juli – Rio de Janeiro

De straatAls je verse ananas als luxeproduct ziet, voel je je hier erg rijk. Als je niet dol bent op watermeloen in Nederland omdat het zo waterig is, moet je toch eens naar Brazilië. Als je dol bent op (echte) croissantjes en bruine boterhammen, kun je Brazilië beter overslaan. 

 

Vroeger liep je op vakantie met portemonnees aan een touwtje om je nek. Deze kregen wij met Sinterklaas ook, maar hebben toch de heupportemonnee van zwagerlief in gebruik genomen. Zo’n touwtje wordt namelijk doorgesneden en dan pakken ‘ze’ zo je geld.

Op het moment dat we het hotel uitstapten merkten we al snel wie die ‘ze’ zouden kunnen zijn. Een straatjochie kwam direct naar ons toe en bleef langdurig aan ons vast plakken. Nog geen tien meter gelopen en nu al bijna beroofd!

Brazili_2009_032_2Twee straten verder stonden we op misschien wel het bekendste strand van de wereld, Copacobana-beach. Het rare is dat het eigenlijk ook maar een strand is. Met woedende golven en zand zo zacht alszelfrijzend bakmeel. De strings waren ver te zoeken (misschien is dat ook wel het idee van een string) en de carioca’s hadden nog geen puf om op het strand te liggen. Een vreemd beeld van een strand dat normaal gesproken vol

Brazili_2009_029

hoort te zijn.

Rio de Janeiro komt op je af. Als het niet de hardlopers zijn op de boulevard die je van alle kan ten passeren, zijn het wel de taxi’s die werkeloos naar je fluiten of je een lift wil. Maar het zijn vooral de gebouwen, de lange straten en de tunnels waar je als toerist vooral niet doorheen wilt en moet.

We gaven vandaag onze eerste reais uit aan de bus die ons naar de Pão de Açúcar Brazili_2009_062(suikerbroodberg) bracht. Een van de vele plekken in Rio de Janeiro die je móét zien. Voor we dit hoogtepunt bereikten, stopte de kabelbaan (bekend van James Bond en die man met die enge tanden) eerst op een andere berg. Op dit tussenstation hadden we ons eerste junglegevoel en zagen we apen. Geen grote bonobo’s. Dat ze zo klein waren als eekhoorns zeg ik er niet bij, maar apen zijn apen. Het uitzicht op de stad zelf was misschien nog wel beter op deze berg, maar het is niet de Suikerbroodberg. 

 

Bovenop de suikerbrood aten we onze krentenbollen van de Albert Heijn op die nog onderin de rugzak geplet zaten. We waren hier opvallend ontspannen. Het idee dat Brazili_2009_044‘ze’ hierboven niet konden komen, gaf waarschijnlijk al een geruststellend gevoel. Even alleen met toeristen om ons heen.

Toen we onze ‘feed back on the ground’ hadden, gingen we op zoek naar een pinautomaat. Waar o waar? In een gebouw met een logo dat verdacht veel op dat van 'onze' ABN-AMRO leek, kregen we te horen dat onze pasjes in dit gebouw niet werkten. Een behulpzame medewerkster vertelde ons dat verderop een pinautomaat zat.

‘At the end of the street is a very, very, very, very…’ de bankmedewerkster keek ons hulpeloos aan. 
‘Big?’ zeiden wij in koor en keken haar vervolgens vragend aan.

Brazili_2009_041‘Sim, very big shopping mall.’

In dit winkelcentrum vergezelden de plaatselijk gepinde Braziliaanse lappen het geld dat we in Nederland al gehaald hadden. Het vreemde van het muntgeld hier in Brazilië is dat ze niet zo goed weten wat ze willen. Alsof het door verschillende mensen gemaakt is. Je hebt veel verschillende munten. Kleine munten van tien centavos, maar ook grote. Hetzelfde geld voor vijftig cent. Deze heb je in ‘zilver’, maar ook in de koperversie.

Onze eerste dag in Rio de Janeiro hebben we overleefd. Zo voelt het echt. We slenteren hier wat. Het is eigenlijk ook gewoon maar een stad. We hebben dan vanavond ook heerlijk een MacFish (MacPeixe) gehad bij de grote gele M.|  |

Dag 3 - 28 juli - Rio de Janeiro

Eindelijk ben ik eigenaar van een paar heuse Havaianas. De bruine slippers die mijn voeten door de stad dragen zijn hier zeker een derde van de prijs die we er in Nederland voor moeten betalen. Op dit Brazili_2009_096mome nt zijn mijn voeten niet blij met de nieuwste aanwinst, omdat ze nog al schuren, maar alles went. Daar komt bij dat deze slippers bij mijn overlevingsstrategie horen. Opgaan in de menigte, is dé manier om ongezien door de straten te kunnen scharrelen. Zwiepen met je heupen en zo nonchalant mogelijk lopen. De mensen worden hier geboren op slippers. 

Na de taxi en de bus was het vandaag tijd voor de Braziliaanse metro. Dit vervoersmiddel is nog al onderontwikkeld in dit land en om die reden wordt deze ook niet veel gebruikt. De lucht van de 'pão de queijo's' kroop in onze neus toen we aan de andere kant van de stad uitstapten. Rio de Janeiro is voornamelijk veel beton, ramen en drukke straten. In het historische centrum leek dit niet veel anders. Ook hier voelden we dat we op moesten passen en het historische van dit centrum zagen we nog niet snel terug. Nadat we een drukke straat uitliepen, liepen we tegen een plaatje uit onze ANWB-gids aan. Gelukkig zagen we hierna wel inBrazili_2009_099waarom dit het historische centrum was. Kerken, paleizen en oude bibliotheken. De mooiste gebouwen werden opgesierd door slapende daklozen, die op de stoep neergesmakt waren. 

Het gekke van een ANWB-gids of een Lonely-planet is dat alles wat daarin staat al een keer ontdekt is. Het vervelende is dat ik altijd het gevoel heb dat we dan ook maar zoveel mogelijk moeten bekijken van wat er in zo'n boekje staat. Het staat er tenslotte niet voor niets in. 
Na een grimmig gangetje pakten we de lift naar boven, niet wetende waar we uit zouden komen, maar we waren niet de enigen. De meeste kerken die je móet bezoeken zijn meestal de moeite waard, maar dit bouwwerk stond flink in de steigers en het mooiste deel was niet te bezoeken. Wel was er een kleine vleugel open, waar een kerkdienst gaande was. Een klein nonnetje ontfermde zich direct over mij. Ze Brazili_2009_078pakte mijn arm en sprak me in snel en overstaanbaar Portugees (dit is een pleonas me) toe. 
'Falo inglês!' verexcuseerde ik mij met één van de weinige zinnen die ik onthouden had van de Portugese Hema-lessen. 
De non bleef lachen, zich liefdevol op mij storten en de spraakwaterval zette ze voort, niet wetende wat voor atheïst ze nu weer voor zich had. De zoveelste toerist die uit was op mooie plekken en avonturen, in plaats van gezegend te worden door een look-a-like van moeder Theresa. 
Na lief lachen van mijn kant en het schaterlachen van vriendlief, schuifelde ze naar de andere kant van de kerk. Hopende dat ik haar zou volgen? We snoven de kerk in ons op en vertrokken snel naar buiten, waar bedelaars en bedevaartsdeelnemers ons lieten passeren.

Op het moment dat we de nationale bibliotheek betraden voelde ik de verse sapjes, het kopje thee en het mineraalwater opspelen. We verorberden een erg vette pizza op een mooi terras (stond in ons boekje!) op een van de pleinen in het centrum. We twijfelden allebei of deze mozzerrellapannenkoek de naam pizza wel verdiende. Het voordeel van dit vette-pizzarestaurant was dat ik al mijn drankjes van Brazili_2009_097die dag ook kon laten lopen. Dat zou een opluchting zijn.
Een van mijn grootste angsten van reizen naar 'zo'n' land zijn de toiletten. Mijn gedrag neigt nog al naar smetvrees. Aangezien dit restaurant er ondanks de pizza's wel goe d en netjes uitzag, twijfelde ik niet aan de hygiëne van de toiletten. Een droom viel in duigen; als zo'n restaurant er al zó aan toe was, hoe zou dat dan op Brazili_2009_108andere plekken zijn? Plas, pis, zeik, overal. Geen slot (later blijkt dat dit heel normaal is op veel toiletten) en weinig toiletpapier. Ik kwam letterlijk handen tekort. Een die de deur dichthoudt en een die m'n broek behoedt van vallen op de grond. Zie dan nog maar eens je toiletpapier tussen je benen door te flansen... 

We zetten ons geslenter gestaag voort om de rest van het historische centrum te bekijken en vervolgens de metro terug naar Copacobana te pakken. Hier trokken we onze overdressed zwemkleding aan (alles is overdressed in vergelijking met de Braziliaanse zwemkleding), om richting het strand te dartelen. Hier bleek dat dit niet zo'n goed idee was geweest. Donkere wolken pakten zich samen en de zonaanbidders waren al lang uitgeweken. Daar sta je dan...Her name was Lola, she was a showgirl
With yellow feathers in her hair and a dress cut down to there
.

Dag 4 - 29 juli - Rio de Janeiro

Op het laatste nippertje was het nog gelukt: de excursie naar de Corcovado. Bij de concurrent van ons reisbureau hadden we een spannende trip gezien met jeep door de jungles, die Rio en Corcovado heten. Het beeld van de jeep was ver weg toen er een gigantische tourbus voor ons hotel stopte. 
'Nee!' was wat ik dacht. Nooit verwacht dat wij zo'n trip zouden maken. Toch had ik gelijk door dat deze voor ons voorreed.
Brazili_2009_343Na wat gehannes met de verdeling van de juiste toeristen over de juiste tourbus, reden we la ngs het Sambadrome en het Maracanastadion. Eruit, foto's maken en weer de bus in. Als je geluk had kon je ook nog een foto maken vanuit de bus, inclusief schittering van het raam. Wat een bof!
Brazili_2009_358
Na een rondje waarin elke toerist in de microfoon (!) vertelde waar hij of zij vandaan kwam reden we de bergen in. Halverwege stapten we over op een kleiner busje die ons door de Corcovado reed. Jezus Christus! Hij kwam steeds dichterbij en de mensen werden enthousiaster. In het klein busje zwiepte mijn buurvrouw haar lange haren regelmatig over mijn blote schouders en in mijn gezicht. Gelukkig kwam ook hier een einde aan.
Massa's toeristen hadden bedacht om vandaag op bezoek te gaan bij Cristo Redentor. Goed idee, want het weer was werkelijk geweldig. Menig toerist zag dit als een bedevaartstocht, terwijl wij voor een mooi plaatje en de ervaring kwamen. Het vreemde is dat mensen zo'n beeld ook na gaan doen als ze er voor gaan staan. Dat half Amerika en Japan voor zo'n beeld wil poseren, is begrijpelijk (als je Amerikanen en Japanners kent). Dat ze ook allemaal de armen wijd hebben, is toch vreemd. 
Brazili_2009_368Cristo Redentor staat voor Rio de Janeiro. Letterlijk en figuurlijk. Op foto's en en op teevee is hij gigantisch en schuilt er iets mysterieus om hem heen. Als je je door de verschillende nationaliteiten heen drukt om een foto te kunnen maken waar geen toerist op staat, valt dit toch tegen. De grootte valt wel mee en het mysterieuze is er Brazili_2009_367ook snel af. Je staat daar toch met je zelf en je bagage. Het religieuze aspect was voor mij niet zo belangrijk en dan blijft er weinig over. Nu ik dit schrijf, acht weken later, vind ik dat het toch een geweldige ervaring is geweest. Hierboven spreekt mijn nuchtere 'ik' die te veel met de werkelijkheid bezig was.
We daalden neer vanaf de Corcovado, sloegen de apen van ons af en stapten weer in de gezellige tourbus. De man die voor ons zat had hetzelfde probleem als ik: de stoelen zaten los. Het fijne van zo'n tourbus is dat je stoel naar achter kan zwiepen tijdens lange reizen. Maar het is erg vervelend als deze stoel al naar achteren zwiept als je er niet om gevraagd hebt. Terwijl we door de bochten reden vloog de stoel naar Brazili_2009_383achteren en lag de man voor ons bij ons op schoot. Mijn stoel kon ik toch beter in toom houden.

In Copacobana aangekomen konden we ons eindelijk begeven in de het water van 's werelds beroemdste strand. In mijn oversized bikini lag ik in het heerlijk zachte zand. Een ding was ik vergeten: het bordje met 'nao' erop. Sloeg ik eerst nog de apen van me af, moest ik nu de verkopers van me afslaan. Mannen die bikini's wilden verkopen die aan parasols hangen, pubers die met afgeragde piepschuim koelboxen ijs proberen te slijten en vrouwtjes die vreemde koekjes (?) aansmeren. Elke twee minuten keek ik weer tegen een paar andere havaianas aan, om vervolgens mijn ogen langs harige benen en derdehands kleren omhoog te laten gaan. 
'Nao!' Negeren hielp niet.

Na een flinke onderdompeling in het zoute water, dropen we af met zand dat schuurde in m'n slippers. Zo kwamen we in de gevaarlijkste situatie terecht die we in Rio hebben meegemaakt. Constant heb je het gevoel dat er iets kan gaan gebeuren, maar je weet niet hoe je moet reageren. Het stuk van strand naar het hotel was niet erg lang, maar er liep wel een hoop gespuis. Zo ook op dat moment. 
Ik zag het aankomen en toch handelde ik er niet naar. Vriendlief wel. Een jongetje van een jaar of acht kwam naar ons toe en er sprak een hoop agressie uit z'n ogen. Met veel geweld schopte hij tegen een voetbal. De bal schoot rakelings langs mij. Vriendlief kon nog net uitwijken. De bal kwam tegen een auto aan. De schrik zat er goed in. Pff... 

Ik heb er spijt van dat ik zo opgefokt rond heb gelopen. Aan de ene kant heeft me dit wel scherp gemaakt, maar aan de andere kant ben ik bang dat ik niet genoeg genoten en om me heen gekeken heb. Ik heb me nooit onveilig gevoeld in deze stad. Wanneer je je blijft begeven tussen andere mensen en je je als een heuse carioca gedraagd, val je niet eens op als Europeaan. Er is zo veel politie (militaire, 'gewone' en toeristen politie) en bij veel banken en winkels staan bewakers. Bewakers die jou in zich opnemen als je binnenkomt, maar ook bewakers die er voor zorgen dat jij op een veilige manier de bank uit komt. 
Morgen stappen we in de bus naar Paraty, de grote stad uit!

Dag 5 - 30 juli - Rio de Janeiro - Paraty

Wachten vind ik erg vervelend. Ik vind het vervelend als mensen op mij moeten wachten, omdat ik zelf zo ongeduldig ben. In de reisgids stond dat er meerdere keren op een dag een bus richting Paraty zou vertrekken. Dat was ook zo. Alleen was het vervelend dat de bus om 9.00 uur was vertrokken, terwijl wij om 9.15 aankwamen en de volgende bus pas weer om 12.00 uur zou gaan.

Niets is zo leuk om in een reisgids te lezen wat je allemaal nog kán gaan zien, maar des te leuker is het om in een reisgids te lezen over wat je al gezien hebt. Zo las ik op m'n gemak wat Rio ons al had gebracht en wat Paraty ons nog ging brengen. Sudoko's werden gemaakt en langzaam vorderde ik in m'n boek. Ik wilde niet te snel lezen, want zoveel boeken had ik niet bij me.

Iets voor 12.00 uur stapten we in de bus naar Paraty. Mijn verwachting was dat we in een oud aftans busje zouden stappen, die over een hobbelige weg zou hobbelen. Ik zou een kooitje met een kip op schoot moeten hebben, omdat er anders geen plaats voor me zou zijn. Vriendlief zou zijn plaats moeten delen met een oud vrouwtje die zich bevend aan zijn sterke armen zou moeten vasthouden. 
Niets van dit al. We hadden gereserveerde plaatsen, airconditioning (die trouwens niet erg fijn is als de Mexicaanse griep heerst), een toilet (waar ik overigens geen gebruik van heb gemaakt, maar het idee dat er een is geeft mij al het gevoel dat ik niet hoef te plassen) en een buschauffeur die regelmatig stopte. Tijdens een van die stops streek ik neer op een typisch Braziliaans toilet. Deze zijn zeer typisch.
- Negen van de tien toiletten hebben geen sloten;
- Wc-papier moet in een emmer, om eco-redenen;
- De hokjes zijn niet hoger dan een gemiddelde kleuter-wc, waardoor je het gevoel hebt dat je zo bij je buurvrouw in d'r gleuf kijkt;
- Als je doorspoelt heb je het gevoel dat je je dagelijks douchebeurt ook weer gehad hebt. Als de spetters al op de muur zitten, is dat een reden om jouw plasje maar helemaal niet door te spoelen;
- De wc-deur is meestal kleiner dan het kozijn waar het invalt. Dit betekent dat het een soort van saloondeur wordt en er een flinke kier overblijft. Samen met punt 1 een reden om alles maar te laten lopen en je niet druk te maken om de medetoiletgebruikers. Je moet maar blij zijn dat je je plas ergens kwijt kan.

De bus slingerde verder langs de groene kust richtichg Angra dos Reis en Paraty. Vast een prachtige route, maar hoe verder we reden hoe mistiger het werd. Geen mooie uitzichten en romantische doorkijkjes. Ook begon mijn lichaam tegen te spartelen. De kronkelende route maakte me misselijk en draaïerig. Op zulke momenten maakt mijn hersenpan overuren. Ik zit in de bus en kan geen kant op, het enige wat rest is nadenken. Vooral dat nadenken, mijmeren en hoofdbreken maakte me nog ongezelliger. Op dat moment kon ik alleen maar denken aan het plastic zakje dat naast me bungelde. Als ik 'm maar niet zou hoeven te gebruiken... En dan te bedenken dat er (Angra dos) reistabletjes in m'n rugzak zaten.

In Paraty aangekomen was ik voorbereid op een lange tocht met rugzakken over de zanderige wegen in dit dorp. Aangezien dit het tegenovergestelde van Rio de Janeiro is, bleek dit dus niet nodig. Oude heertjes reden met paard en wagen over de modderige wegen en onze poussada was op nog geen honderd meter van het busstation (wat overigens ook niets was in verlijking met het busstation in Rio de Janeiro). Had ik gisteren nog zo'n spijt van het opgefokte gevoel in Rio de Janeiro, hier werd wel duidelijk dat we ons niet opgefokt hoefde te voelen. Rustig, gemoedelijk en vriendelijk. 

In Paraty bleek ineens dat andere Nederlanders Brazilië ook hadden gevonden. Eéntje is al teveel. 
In het historische centrum van Paraty lopen alle mensen met hun hoofd naar beneden. Niet omdat ze iets kwijt zijn of omdat, zoals de rest van Brazilië denkt, erg arrogant zijn, maar omdat de straten opgebouwd zijn uit grote keien. Keien die glad zijn en die nog glibberiger worden als het ietwat regent. Het bleef maar miezeren en dat terwijl we de volgende dag een zeilcruise zouden gaan maken. We genoten nog van de barretjes, restaurantjes en ateliertjes en dan geeft het eigenlijk niet dat het regent. 
'The weather, what will it be tomorrow?' vroeg ik in gebrekkig Engels in onze poussada. Het meisje achter de balie had net laten zien dat ze best wel Engels kon, dus ik kon haar ook best naar haar weerkennis vragen. Helaas had ze de voorgaande Engelse zinnen waarschijnlijk uit haar hoofd geleerd, want na deze vraag bleef ze alleen maar lief glimlachen. Op hoop van zegen!

Dag 6 - 31 juli - rondom Paraty

Brazili_2009_1323  Na een fijne avond sliepen we gisteren in met miezerregen. Aangezien de mevrouw van de poussada gisteren zo lief lachte, hoopte ik dat de nacht toch meer zon zou brengen. Elk moment dat ik me omdraaide, spitste ik m'n oren en hoorde ik de druppels op de palmbladeren vallen. De hoop dat dit de druppels waren die nadruppelden van een regenbui van lang geleden, die vervloog. Het 'nadruppelen' duurde wel erg lang. 
De zon kwam, net als in Rio, al vroeg op. Ik gooide de luiken open en de nacht had gelijk: het regende nog steeds. Miezer, mist en kou. In mijn reisboek, in mijnBrazili_2009_1337gedachten, in mijn verwachtingen en in mijn verhalen die ik had verteld om het thuisfront jaloers te maken, zou deze dag erg zonnig zijn. Een zonnige dag, compleet met een duik in een azuurblauwe zee en een warm dek met spannende cocktails. Het was jammer dat we juist op deze dag onze lange broek en nieuwe regenjack voor het eerst aan moesten. 
Alsof het zeilcruisefeest nog niet compleet was, bleken wij op een boot te zitten waar wij als enige op ingeschreven waren en dat zou betekenen dat de boot niet zou kunnen vertrekken. We werden overgezet op een andere boot. Met een zingende gids. Dit idee deed me denken aan een soort Frans Bauer die smartlappend vertelde bij welk strand we nu weer aangekomen waren. Gelukkig bleek het een soort Jack Johnson te zijn die alleen maar Portugese 'chansons' zong en tussendoor in het Engels (godzijdank!) vertelde wat we konden zien en doen. 
Brazili_2009_1360Het miezeren nam af en de mist bleef hangen. Het was niet warmer dan 20 graden en de zee was niet echt aantrekkelijk om een duik te nemen. Vriendlief was natuurlijk wel zo dapper om er in te plonzen. Na de verse vis, het frisse fruit en het modderige dek dropen we af. Gelukkig wordt het morgen mooi weer!

Dag 7 - 1 augustus - Paraty

Brazili_2009_1391Brazili_2009_1399_2Ons wasserettedebuut zit erop. Fijne shirtjes, lekkerzittende korte broeken én de badhanddoeken pruttelden in een grote wasmachinetrommel van de plaatselijke wasserette, één zandweg achter onze poussada. We zaten zonder badhanddoeken, juist op de dag dat de zon doorbrak in Paraty en omstreken en wij een rustdagje op en rond het strand wilden doorbrengen. We doken onder uit onze backpacks onze fiberhanddoekjes op en namen er drie mee. 
Voor het eerst zagen we meer dan alleen de glibberige keien van Brazili_2009_1395Brazili_2009_1432_2Paraty en schoten foto's van Paraty bij sunlight. De zon scheen vandaag! Ik dartelde over de straat en we streken neer net iets buiten het dorp op een, tot dat moment, verlaten strand. On ze fiberhanddoekjes legden we zo neer dat we allebei in ieder geval met één schouder niet in het zand hoefden te liggen. Het strand was niet zo fluffy als dat van de grote stad een paar honderd kilometer naar het oosten. Naast wat grover zand, lagen er vreemde houtschilfers, die direct gegrepen werden door de microvezels van onze fiberhanddoeken, om ze vervolgens nooit meer los te laten. 
We genoten van de zonnestralen en hoopten dat we eindelijk verlost zouden worden van het vreemde witte laagje, dat huid heette. Net op het moment dat ik afgekoeld was in de rustige Atlantische Oceaan en wilde opdrogen, trokken er duistere wolken onze kant op. Uit angst dat we compleet nat zouden regenen, klopten we tevergeefs onze handdoekjes uit en verlieten het strand, waar we de zwerfhonden achterlieten. Gelukkig vergezelden de vlooien en vliegen ze nog. 
Het water dat het gezweet moest compenseren, had mijn blaas flink gevuld en moest eruit. Ik zou de poussada nooit meer halen! Op zo'n moment kun je alleen daar aan denken en natuurlijk zie je op zo'n moment alleen maar nare steegjes en vieze containers waar je je bikinibroekje zou kunnen latenBrazili_2009_1430Brazili_2009_1414zakken. Een goed excuus om in een bar neer te strijken om onze eerste Braziliaanse caipirinha te bestellen. Terwijl ik boven een toiletpot hing, bestelde vriendlief twee caipirinha's zonder ijs (als je naar zo'n land gaat, praat elke 'ervaren' toerist en reisgids je een ijsklontjesangst aan), maar met originele cachaca uit Paraty. Gelukkig nam de serveerster onze ijsklontjes angst niet te serieus en ze zette er een derde glas met ijsklontjes bij. In zo'n geciviliseerde bar worden ijsklontjes gewoon gemaakt van bronwater, in plaats van kraanwater, zo bleek. 
Ik merkte vandaag dat ik steeds minder met thuis bezig ben. Dromen gaan minder over 'school' en ben meer met het 'nu' bezig. Toch de verplichte ansichtkaarten naar een paar mensen geschreven. Al is het Brazili_2009_1418Brazili_2009_1411alleen maar dat we bij terugkomst deze kaarten bij verschillende mensen op de 'schoorsteenmantel' zien staan, zodat we terug kunnen zwijmelen.
We he bben vanavond gedineerd bij een vegetarisch restaurant (finally!). We werden ontvangen door de erg aardige eigenaar, die uitgebreid vertelde over het eten. Vers, uit de omgeving en erg puur. We maakten vandaag kennis met de originele zwarte bonen met rijst en aten een heerlijke bananentaart toe. Als kers op de slagroom maakten ze in dit restaurant ook verschillende sapjes. Groentensapjes gemixt met fruit of fruit gemixt met kruiden. Heerlijk!

Morgen zullen we de bus pakken naar Sao Paulo. Hier nemen we om twaalf uur 's nachts het vliegtuig richting Foz do Iguacu, waar we dus middenin de nacht zullen aankomen. Lang leve het tijdsverschil! We worden nog steeds om half zeven wakker en liggen om negen uur echt in bed.

Dag 8 - 2 augustus - Paraty - Sao Paulo - Foz do Iguacu

Aangezien we nog een korte nacht voor de boeg zouden hebben (de volgende nacht), waren we niet erg blij met de kerkdiensten van de afgelopen nacht. In dit gehucht staan werkelijk waar overal kerken en op zaterdagavond schijnen deze nog al flink bezocht te worden. In elke garage staat wel een priester te preken. Terwijl we gisteren naar 'huis' liepen, sprak ik mijn verbazing uit over het lawaai dat uit een gebouw iets verderop kwam. Een valszingende vrouw beklom een toonladder, om daar vervolgens weer hard af te vallen. 
'Wat erg, zo'n karaokebar!' mompelde ik. Vriendlief lachte mij hard uit, op het moment dat we het bewuste gebouw passeerde. Het bleek om een kerkdienst te gaan, waar iemand vol overtuiging de heer toezong. Wat nou, karaokebar! 
We genoten voor de laatste keer van het verse fruit, kleffe broodjes en vieze thee uit Paraty, om vervolgens bepakt en bezakt naar het busstation te slenteren. Tijdens de kleffe broodjes nam ik voor het eerste de maleronetabletten in en deze liet ik vergezellen door reistabletjes. Goed voorbereid op de busreis richting Sao Paulo dus. Het voordeel van deze reistabletjes en de gebroken nacht was dat ik in de bus heerlijk geslapen heb. De reistabletjes lijken je gehele spieren te verslappen en dat maakte de busreis een stuk korter dan deze daadwerkelijk was. Van Sao Paulo genoten we vooral vanuit de bus en dat blijkt al genoeg te zijn. Hoge gebouwen, favela's, voetbalvelden en vele kantoren. Niet echt een aanrader om lang te blijven. 
Om 17.30 uur kwamen we op het vliegveld aan en om 23.15 uur zouden we pas aan boord kunnen. Het was hysterisch druk op het vliegveld. Hiervandaan gaan veel internationale vluchten en welke kant je opkeek, overal zag je mondkapjes tegen de swineflew. Hoe nuchter je ook denkt over die Mexicaanse griep, op zo'n moment durf je niets meer aan te raken en niet meer tussen grote groepen toeristen te zitten. 
Nadat we ons bord vol geschept hadden in een vliegveldrestaurant (het kost even moeite om de Pizzahutten en Burger Kings te ontlopen, maar dan heb je ook wat), las ik wat en vriendlief keek naar de vliegtuigen die landen en opstijgen. We zaten in een rustige vleugel van het vliegveld. Nee hoor, we trekken ons niets aan van de Mexicaanse griepangst... 
We stapten met de korte broek aan in het vliegtuig om vervolgens in Foz do Iguacu uit te stappen met 7 graden Celsius. Heerlijk! Brr... Een snelle taxi bracht ons naar ons hotel. Terwijl hij een lange oprijlaan opreed, besefte ik ineens dat we de komende tijd ook niet in hutje op de hei zullen slapen. Slaapdronken liepen we achter de piccolo aan, richting onze kamer. We zijn in een militair, kolonisch oorlogsmuseum beland, terwijl onze kamer eruit ziet als een kamer van de Titanic. 
Na een warme douche kroop ik net in een koud bed. Inclusief hard matras.

Dag 9 - 3 augustus - Foz do Iguacu

Gisteren had onze reisleider een bericht achtergelaten en deze Marcos belde ons vanmorgen om half 9 wakker. Hij wilde graag het een en ander kortsluiten voor onze tocht voor morgen door het Parque Nacional. We hadden het plan om uit te slapen, maar deze droom viel in duigen. Een goed moment om aan te kleden en naar wederom een uitgebreid ontbijt te gaan. 
Brazili_2009_413De tweede Malerone werd geslikt en na het ontbijt doolden we door het hotel. Op zoek naar het zwembad kwamen we langs een vogelopvang. Struisvogels, pauwen en zelfs een heus apeneiland (nee, dat zijn geen vogels). Eiland hebben we gevonden, apen niet.    
Aangezien we vandaag geen 'verplichte' activiteiten op het program hadden, besloten we lopend richting de stad Foz do Iguacu te lopen. Na een flink stuk lopen kwamen we eindelijk bij een supermarkt (compleet met mondkapjes en hands choentjes) en aangezien we nog lang niet moe waren konden we toch ook nog wel richting centrum lopen? In het centrum aangekomen bleek de straat van de 'Subway, de MacDonalds en de plaatselijke discotheek de interessantste straat te zijn. Voor de rest was er niet veel te beleven. Op een kaartje zagen we dat we niet eens heel ver weg waren van de waterkrachtcentrale en de grens met Paraguay. Daar kunnen we toch wel op de fiets heen? Bij een toeristeninformatiepunt vroegen we naar een fietsverhuurbedrijf. 
'Noooo!' schetterde de mevrouw van het informatiepunt, alsof ze de 'stalker' in the Bodyguard was. 'Nooo!' was het enige wat ze uitbracht. Een fietsverhuurbedrijf? Hoe konden we daar nou naar vragen? Na Rio de Janeiro en Paraty bleek dat Nederlanders niet de enigen ter wereld zijn die regelmatig fietsen, zo vreemd vond ik de vraag niet. 
En nu? We hadden toch al een flink stuk gelopen, we konden diezelfde afstand toch nog wel lopen richting de grens? We kwamen langs een moskee, grote supermarkten en vlak voor een viaduct sloegen we af richting de brug der vriendschap. Een brug die Brazilie met Paraguay verbindt en die dagelijks door honderden, duizenden mensen wordt overgestoken. Mensen die goedkoop inkopen doen inBrazili_2009_836Brazili_2009_833Paraguay om deze goederen vervolgens in Brazilië op marktjes en aan de kant van de weg te verkopen. Of op het strand, zoals ze op Copacobana deden. Hoe dichter we bij de grens kwamen, hoe drukker het werd. Louche types die ons een lift aansmeerden, maar die wij steeds norser negeerden. 
Bij de grens moesten we 'uitchecken' uit Brazilië, om vervolgens door Niemandsland (de brug) de oversteek te maken naar Paraguay. Dit bleek nog een groter Niemandsland te zijn. Eindelijk zagen we zo'n eng, mysterieus mannetje bij het douanekantoor, zoals je ze op teevee ziet. Gelukkig hoefden we hem niet om te kopen en konden we, inclusief stempels, het land in. Uitlaatgassen, stiekeme onderkruipsels, zakkenrollers en vieze modderige wegen dreven ons weer terug naar Brazilië. Tien minuten Paraguay was genoeg voor dit leven. Been there...
Terug in Brazilië waardeerden we het land nog meer, door de vriendelijkheid van de mensen en de rust. Aangezien we toch al een stuk op weg waren, konden we ook nog wel lopend verdergaan naar de waterkrachtcentrale. Op de kaart was dit echt nog maar een klein stukje. Geen probleem dus!
De paden op, de lanen in. Gelukkig was het één rechte weg en konden we niet verkeerd lopen. Wel werd het steeds rustiger en de waterkrachtcentrale was nog lang niet in zicht. Nadat we al zeker zo'n 25 kilometer hadden gelopen vandaag, kon ik niet meer verder. Mentaal wilde ik wel, maar mijn voeten konden me niet meer dragen. Als ik nog verder zou lopen, zou ik als Bambi door mijn pootjes zakken. Kapot, warm, dorst en genoeg van mijn wandelschoenen. Ik eiste een bus en die kwam. Deze bracht ons het laatste stuk. Dit laatste stuk bleek maar een paar honderd meter te zijn. Nou dat had Bambi nog wel aangekund. 
Brazili_2009_853Brazili_2009_851Voor de tweede keer vandaag kwamen we in Paraguay en keken we naar de grootste waterkrachtcentrale van de wereld. Het vreemde van zulk soort bouwwerken is dat die maar een derde van de tijd werkt. Op het moment dat wij er waren was het er vrij rustig en was de centrale niet in werking. Hebben wij weer. 
Gelukkig reed de bus ook weer terug richting centrum. Hier sjouwden we (Au heupen! Au knieën! Au enkels!) richting de befaamde Pizzahut. Deze Hut bleek niet zo te zijn als de Nederlandse versie, want we werden hier heus bediend en hadden een echt driegangenmenu. 
Terug in het hotel heerlijk geniet ik van foute wals/marsmuziek op een oude elpee, met kras, terwijl ik naast een oude oldtimer zit. Wat doen we hier?

Dag 10 - 4 augustus - Foz do Iguacu

Brazili_2009_924Brazili_2009_965Al twee dagen in dit sfeerloze, saaie gedeelte van het land. We zitten een kilometer vanaf Argentinië en ook Paraguay is op 'loopafstand', voor de rest blijkt deze stad (dit deel van het land  ) een toevluchtsoord te zijn voor arabische zakenmannen. Nog nooit zoveel kebabrestaurants bij elkaar gezien. Met namen zoals 'El Sheik' met een kauwende kameel als logo. Wat doen we hier? Waarom zijn we hier speciaal naar toe gevlogen? Lekkere ontbijtjes en zon hebben ze ergens anders in Brazilië ook wel.
Onze eigen gids (Bye bye, toerbussen!) Marcos kwam ons om 9.00 uur halen. Leuk om eens een local te spreken die wel Engels kan en die ook erg veel van de omgeving af weet. Hij had wel een hoog tegen-elke-toerist-zeg-ik-dat-zijn/haar-land-het-leukst-is-gehalte, maar dat deerde me niet. Hij bracht onsBrazili_2009_867naar waar we voor kwamen: de immense watervallen. Van verbazing wist ik niet meer of ze nou het grootst, breedst of het hoogst waren, maar ze bleken het krachtigst te zijn.
Het geluid was in ieder geval erg krachtig, merkten we op terwijl we onze eerste ontmoeting met de familie Toekan hadden. We deden een trail langs de waterval. Tijdens de tocht werden we steeds natter, toen we dichterbij de duivelskeel kwamen. Onze gids liet ons zelfstandig deze trail doen en af Brazili_2009_922Brazili_2009_917en toe stond hij ergens te wachten. Op een overdreven, opgewekte, Amerikaanse manier vroeg hij telkens hoe het met ons ging. De eerste keer gaven we nog beleefd antwoord en na de veertiende keer lachten we lief. 
Na de trail bracht Mr. Guide ons naar de Macuco-boat-safari. Dit tripje hadden we van tevoren al geregeld en dit was een voorbeeld van hadden-we-nou-maar-niet-alles-van-tevoren-geregeld-irritatie. Deze safari bleek erg duur te zijn en erg kort, in vergelijking met zo'n zelfde tocht aan de overkant in Argentinië. Maar goed, we waren er nou eenmaal dus dan moet je er maar gewoon van genieten. Of zoiets.
Brazili_2009_953Brazili_2009_964Goed inpakken was het devies, want je wordt zeiknat. 
'Zorg ervoor dat je niet nat wordt,' gaf Mr. Guide ons als tip. Ik dacht dit als grapje bedoeld was, maar we werden echt zeiknat en hij zou vast blij met ons zijn als we weer in zijn auto zouden stappen. Met onze poncho's aan en daarover nog een reddingsvest zou er niets kunnen gebeuren. Dachten we. Totdat we voorop de boot werden geplaatst. Hier stroomden enorme golven de boot in, om vervolgens in mijn decollete te klotsen. Heerlijk... We hebben de watervallen van dichtbij mogen aanschouwen en de boottocht was ook echt eerlijk waar geweld(dad)ig. Kleddernat stapten we uit de boot. Wij konden er wel om lachen, maar het leek of Mr. Niceguy(de) het niet meer zo gezellig vond met ons. Ineens waren we zeiknat en moesten we ook nog in zijn auto plaatsnemen.
Aangezien de temperatuur behoorlijk was gestegen (voor Zuid-Braziliaanse begrippen was het enorm heet!), hebben we de rest van de middag aan het zwembad gelegen. Af en toe kwam er iemand langs met een caipirinha of een ijsco. Jammie.

Dag 11 - 5 augustus - Foz do Iguacu - Campo Grande

Op een reisdag beleef je niets. Behalve dat je van de ene kant van het land naar de andere kant gaat. Via Brasilia vlogen we vandaag naar Campo Grande. Wij spraken dit op een luxe Franse manier uit, maar de locals spreken dit meer uit als Campo Krantsj of Campo Krentje. Ja krentje. 
In Campo Grande stapten we gelijk uit met de voltallige Braziliaanse Herbalife-organisatie. Wij kregen meer tofées in het vliegtuig, omdat zij aan de pillen zaten. De enige handbagage die zij hadden was een doosje pillen. De mensen van Herbalife die niet met een doosje pillen liepen, kon je herkennen aan een button met de tekst: I lost ... pounds. De hele sekte verplaatste zich samen met ons naar de bagageband en de uitgang van het vliegveld. 
Inmiddels was het rond twaalf uur 's nachts en lopend naar het hotel gaan zagen we niet meer gebeuren. Bij de touristinformation stond een aardige Braziliaan (wederom een pleonasme), die aanbood om ons naar ons hotel te brengen. Uh... oké. 
In het hotel wees een chagrijnig mannetje ons ons bezemhok. Dit hotel voelt als een koude douche na de vorige hotels. Wat fijn dat dit hotel ook nog een koude douche heeft!

Dag 12 - 6 augustus - Campo Grande - Bonito

Het hotel waar we in de bezemkast hadden geslapen (in vergelijking met ons vorige hotel, is alles een bezemkast) vonden we een beetje smoezelig. Maar geen haren in bed en geen kakkerlakken in de douche. Gelukkig maar. Nog steeds geen enge-beesten-ervaringen.
Het ontbijt was ook nog al smoezelig. In een ruimte a la buurthuis in een Gronings gehucht (lange tafels, stoffige kleedjes en muffe mensen), vonden we onze Herbalife-vrienden terug. Ik had bedacht dat ik het even gehad had met de vette ontbijtjes (kleffe broodjes, cakejes, kaasballen en kokosgevalletjes) en wilde een fruitdagje inlassen. Aangezien de Herbalife-sekte elke dag een fruitontbijt tot zich neemt, bleven er hier veel kaasballen en kleffe broodjes over. Ik leerde vandaag dat mensen van Herbalife veel verschillende 'bedrijfskleding' hebben. T-shirts, polo's, korte broeken (hotpants), lange broeken en verschillende buttons. Leuk!
We wilden zo snel mogelijk uit Campo Grande weg. Qua stad is het net zo'n saaie bedoening als Foz do Iguacu. Gebouwen, gebouwen, gebouwen, blokken, lange straten en veel auto's. Een nadeel hier was ook nog dat het bloedheet was.Brazili_2009_448

Vriendlief zou met de bus naar het vliegveld gaan om onze bolide op te halen. De komende dagen rijden we in een heuse huurauto! Ik stalde mezelf in de lobby van het muffe hotel om vervolgens met vriendlief verder te rijden, de bush-bush in. Na anderhalf uur begon ik me toch zorgen te maken. Hij moest vijf minuten naar de bus lopen, vervolgens een kwartier met de bus naar het vliegveld, dan zou hij de auto moeten regelen en vervolgens weer terug moeten rijden naar het hotel. Ik zette voor de zekerheid de telefoon aan, je weet maar nooit. Stel je voor dat hij niet wist hoe hij zou moeten rijden. Stel je voor dat hij in die korte tijd een ongeluk gehad had! Stel je voor dat hij ontvoerd was! Brazili_2009_441Stel je voor dat hij dood was! Stel je voor dat hij me voor de gek hield en zelf met huurauto en een Braziliaanse Lola weggereden was! Na ruim twee uur in de snikhete lobby te hebben gezeten, kwam hij aansloffen. 
'Ik ben m'n paspoort vergeten en dan geven ze de auto niet mee.' Nee, gek he?
'.....&%%$@$%%!##%....!'
Onder veel protest besloot ik nu maar mee te gaan naar het vliegveld. Twee uur voor niets gewacht én we zouden nu wel met de bagage moeten slepen. 
'En denk er maar niet aan dat ik dat met de bus doe!'
Brazili_2009_450Onderweg, richting taxi, verloor ik wandelschoen nummer 1. En nummer 2. Ik verloor heel wat zweetdruppels en m'n geduld. Voor zestien reais (nog geen 6 euro) werden we op het vliegveld afgezet. Na veel gevloek en getier kregen we uiteindelijk de auto.
Ik kan niet tegen zulke situaties. Paspoort vergeten, terwijl je weet dat je je moet identificeren als je een auto leent. Twee uur voor niets gewacht. Twee uur, terwijl we zoveel haddenBrazili_2009_428kunnen zien en doen. Twee uur wachten doe je maar in Nederland, maar niet in Brazilië. Maar goed, het was nou eenmaal zo. Op het moment dat we Campo Grande verruilden voor loddige koeien, uitgestrekte wegen en westernlandschappen, was mijn onrustige gevoel al verdwenen.
Overal koeien stieren, met teveel vel, te weinig vet en bulten op de kop. Op het moment dat onze routebeschrijving aangaf dat de kans op het spotten van wilde dieren toe zou nemen, spotten wij onze eerste emoe.
Brazili_2009_426Halverwege de middag reden we het plaatsje Bonito in. Van tevoren weet je nooit hoe een stad eruit gaat zien. Hoge gebouwen, kronkelige straten en veel mensen op straat? Bonito was het tegenovergestelde. Rechte wegen. Bonito is in blokken verdeeld. De hoofdweg is verhard en kijk je op de hoofdweg een zijweg in, dan zie je dat halverwege de weg overgaat iBrazili_2009_425n een zandweg. Ver kun je deze zandweg niet in kijken, want je ziet alleen de stofwolken van een cowboy die zojuist de stoffige weg in is geslagen.
Onze poussada is een Aziatisch samengeraapt openluchtmuseum. Watervallen, Japanse bruggetjes en foute beeldjes. De wc spoelt nauwelijks door en dat maakt het leven voor ons hier niet altijd even gemakkelijk. 
In het dorp zelf liepen we tegen de Taboa-bar aan. Op de muur van deze bar hadden onze lieve vrienden D. en R. een boodschap achtergelaten. L. hartje M. Een kippenvelmoment. Zo ver van ons huis en dan hebben onze lieve vrienden een week voor ons zoiets liefs voor ons achtergelaten. Met kippenvel op de armen werd ik teut werd van een paar caipirinha's.

Dag 13 - 7 augustus - Bonito

Vandaag was ik onderdeel van het spel Lemmings. 

In 1990 kwam het computerspel Lemmings uit. Via een luik in het plafond werden Lemmingen in een 'level' gedropt. Daar liepen ze achter elkaar in een lijn, om pas bij een obstakel te keren. De lemmingen liepen zelfs blindelings naar zaken toe die hen konden doden, zoals water, vuur, lava of een hoge val.Als gebruiker kon je een lemming 1 van de 8 mogelijke functies toekennen, waaronder klimmen, graven en blokkeren. De bedoeling was om zoveel mogelijk lemmingen naar de uitgang te leiden, zonder dat de lemmings sneuvelden. Voor ieder level gold een minimum overlevingspercentage. Wanneer dit niet gehaald werd dan gold het level als niet gehaald, omdat er teveel lemmingen waren gensneuveld.

Brazili_2009_481Brazili_2009_493Brazili_2009_501    


Alle Lemmingsmannetjes reden naar Gruto Lago Azul. Hier werd de mannetjes opgedragen om een helm op te doen. De mannetjes zetten de achtervolging in richting grot, waar zij één voor langzaam afdaalden. Gelukkig hadden we geen gereedschap nodig, maar zwaar was het wel. Alle mannetjes hebben de eindstreep gehaald. Gruto Lago Azul is een grot waar onder een meertje te vinden is. In januari schijnt hier het zonlicht in, waardoor de hele grot blauw kleurt. Dit effect is natuurlijk in augustus niet zo mooi. Toch had de grot iets mysterieus.

Brazili_2009_532Brazili_2009_524Brazili_2009_526



Na de klimpartij in de grot reden we richting een fazenda een stuk buiten Bonito. Hier ontspanden we wat, aten een pikzwart ijsje en propten onszelf in een wetsuite. We werden in het Portugees voorgelicht en knikten enthousiast. Ik begreep niets van onze voorlichting en mijn glimlach was nep. Ik was het een beetje zat dat het grootste deel van de Brazilianen geen Engels kan. Wat zwaarder weegt is dat het grootste deel van Brazilianen wel hun best blijft doen om hun boodschap over te brengen, maar daar heb je niets aan als ze maar in het Portugees blijven praten.

We stapten op een jeep, reden naar een bossig plekje. Op onze duikschoenen, met dunne zolen, liepen we een stukje door het bos. We zouden gaan snorkelen in een heldere rivier, maar ik zag alleen maar modderige poeltjes waar ieder moment een kaaiman omhoog zou komen borrelen. Het grootste deel van onze groep vond het erg leuk om als stelletje te poseren voor mooie uitkijkjes en misvormde bomen. Al deze foto's zouden worden opgenomen in een filmpje van ons duikavontuur van die middag. Dit filmpje zou gemonteerd worden met stukjes film en foto's die al eerder geschoten waren. Filmpjes en foto's waar wél veel bijzondere dieren op te zien waren. Dieren die wij niet hadden gezien.
Wij zagen hier het nut niet van in. Lachten en bedankten. 
In het Portugees was uitgelegd dat je de bodem van de rivier niet mocht aanraken. Om wat voor reden dan ook, het mocht niet. Ik deed mijn snorkel op, trok mijn pak recht, deed de ritsjes van mijn schoenen voor de zekerheid nog wat beter dicht en sprong in het water. Terwijl ik in het water stond, wachtte ik op vriendlief die nog met zijn duikbril aan het stoeien was (lees: hij spuugde meerdere keren in zijn bril, in de hoop dat hij beter zou gaan zien). Op het moment dat ik daar iets van wilde zeggen werd ik aan mijn reddingsvest omhoog getrokken door onze instructrice. Ze keek boos en zei iets in het Portugees. Op dat moment kwam ik er ook achter dat ik niet op de bodem mocht staan.
Ik liet me vervolgens in het water zakken en liet me wegdrijven van de groep. Grote vissen gaapten me aan en mijn snorkelangst was weg. De vissen zouden me niets doen en ik kon best ademen door deze snorkel. Onder me genoot ik van het aquarium waarin ik zwom, als ik me omdraaide genoot ik van de toekans, papegaaien, ijsvogels en apen die schreeuwden om aandacht. 
Brazili_2009_549Nadat we elkaar uit het wetsuite trokken, beleefde gesprekken voerden met groepsleden, nog even een blik wierpen op de 'film' die gemaakt was en weer 'warm' in de auto stapten, volbrachten we onze toekanmissie. Toekan gefotografeerd! Volgende missie: de kaaiman.

Dag 14 - 8 augustus - Bonito - Miranda

Bij aankomst in Rio de Janeiro werden we onthaald door mensen die panisch waren over de Mexicaanse griep. In Sao Paulo werd hier nog een schepje bovenop gedaan door nog meer mensen die het nodig vonden om een mondkapje op te doen. Nuchter als ik ben, lachte ik hier hard om. Onder tussen vond ik het maar wat eng. Het hoogtepunt was tijdens een vlucht waarin een mondkapjesstelletje achter ons zat. Zij hadden het kapje niet op, maar nieste en hoestte wel veel. Elke rochel die achter ons vandaan kwam, deed mij bibberen. Zou ik nou binnenkort ook een droge hoest hebben?

Vannacht werd ik wakker. Zie je wel, ik heb het ook. Keelpijn, pijn in mijn nek, spierpijn en een grieperig gevoel. Het moest wel new influenza zijn, want ik had geen mondkapje op gehad én in het zuiden van Brazilië is het zo extreem én ik heb al die mensen met mondkapjes ook nog uitgelachen... Om het uur werd ik wakker en de pijn in mijn nek werd alleen maar erger. En 's nachts lag ik alleen nog maar. We moesten vandaag verder, de Pantanal in, zittend in een auto over een hobbelige weg. 
Op de routebeschrijving stond de waarschuwing dat we het grootste gedeelte over gravelroads zouden rijden, met veel potholes. Bij elke oneffenheid in de weg voelde ik mijn nek. Au au au! Vriendlief hield er gelukkig rekening mee en leidde de auto slingerend over de verlaten, stoffige weggetjes. We oefenden met links rijden (stel je voor dat dat ooit nog nodig is!) en ik genoot van het uitzicht voor me: stof. Naar links en rechts kijken om wild te spotten, ging niet. Mijn nek speelde teveel op.
In onze reispapieren stond dat we absoluut om 12.00 uur op onze Fazenda aan moesten komen. Aangezien we de gehele vakantie niet met tijd bezig zijn geweest, ik zelfs mijn horloge al af doe als de eerste minuut vakantie is ingegaan en we natuurlijk lekker rustig aan wilden doen, vonden we dat wat overdreven. Dankzij mijn nekpijn wilde ik zo snel mogelijk op de plek van bestemming zijn. Om 11.45 uur kwamen we aan. In het paradijs.
Een charmante cowboy, die alleen Portugees kon, stond ons op te wachten. De boer sprak gelukkig wel Engels (thank, God!) en vegetarisch eten was geen probleem (yes!). Het uitzicht was geweldig. Er hing wederom een hangmat voor onze lodge. Er werd ons beloofd dat we van alles zouden gaan zien en doen die dagen. En, niet onbelangrijk, het eten stond al klaar. Dat was dus de reden dat we er om 12.00 uur al moesten zijn!

Tijdens de bonen, rijst, zeewier en vreemde sausjes ontmoetten we een Nederlands gezin dat ons de komende dagen zou vergezellen. Met z'n zessen zouden we de bushbush verkennen. Het is tegen mijn principes om Medelanders te ontmoeten tijdens de vakantie en al helemaal tijdens een reis in Brazilië, in the middle of nowhere. Maar goed, het was niet anders en met dit gezin zou ik het best wel even vol kunnen houden. 
Nadat we onze lodge inrichtten (rugzak daar, jij slaapt daar en de tandenborstel ligt in de badkamer) dutten we in de hangmatten en speelde mijn nek wederom op. Pijnstiller erin en go with the flow. The flow ging wandelen. We pakten onszelf goed in tegen ongedierte. Lange broek in de hoge wandelschoenen, t-shirt aan en pet op. Het was verdomme 35 graden, maar alles beter dan muggenbeten en slangen die via je broekspijpen omhoog klimmen. Jaks!

We ooh-den en aah-den bij elke papegaai. We sabbelden op suikerriet dat onze cowboy met zijn hakmes voor ons had afgehakt (we wisten toen nog niet wat hij allemaal met dit mes deed). We spaarden al onze vragen op die we niet konden stellen aan onze cowboy, maar die we wel aan de boer zouden kunnen stellen. We zagen onze eerste kaaiman (check), capibara's en ontelbaar toekans. Papegaaien schreeuwden om onze oren en andere vreemde loopvogels keken nieuwsgierig naar welk volk ze nu weer in de wei hadden lopen.
Bij terugkomst roken we de kamperfoelie die tegen schemering zijn geur verspreidde. Het stof en het zweet spoelde ik weg in het zwembad om vervolgens weer onder een koude douche te staan. Het avondeten werd stipt om 19.00 uur geserveerd nadat we het belletje hoorde. Het avondeten bleek niet heel anders te zijn dan het middageten, maar het was zeker te eten! Heerlijk zelfs!

Dag 15 - 9 augustus - Miranda

Vandaag zat de dood me op de hielen. Onwetend wat de middag ons zou gaan brengen, stapten we  op de tractor. Onze cowboy leidde ons door weilanden, langs watertjes. We schoten foto's van kaaimannen die maar op een paar meter van ons aflagen en we reden vlak langs een capibarafamilie. Deze mega-cavia's vonden het niet allemaal even prettig dat er weer een groep westerlingen in hun territorium kwam kijken en sommige schoten het water in. 
Na deze 'safari' stond er weer een heerlijke lunch voor ons klaar en hielden we siesta in de weinige zonnestraaltjes die er deze dag waren. Het was een stuk kouder dan de dag ervoor. Om 15.00 uur (ze zijn hier erg van de tijd) stapten we wederom op de tractor. Ditmaal zouden we gaan piranhavissen. Vriendlief is dol op vissen. Ik heb 'het vissen' meerdere keren een kans gegeven. Ik ben altijd bang dat ik in een haakje ga zitten, een haakje in mijn hoofd krijg en dan heb ik het nog niet eens gehad over de saaiheid van het hele gebeuren. Dit keer zou het anders worden, wist ik. Piranha's zijn geen 'ansjovisjes' die vriendlief tijdens een gemiddelde visvangst vangt. Piranha's zorgden er vroeger voor dat ik nachtmerries kreeg als ik de dag ervoor bij Kindernet een tekenfilm had gezien waarin iemand door deze lieve visjes werd opgegeten. Van meerdere mensen had ik vernomen dat piranha's helemaal niet zo gevaarlijk zijn. Ze vallen tenslotte alleen maar de zwaksten aan. Maar als ik nou de zwakste ben? Als ik de enige ben die in het water valt, dan ben ik toch automatisch de zwakste?
Aangezien ik ook wel wat zou willen vertellen als ik thuis zou komen, had ik er eigenlijk ook wel zin in. Wat kan er nou gebeuren als je aan de kant van een slootje een klein visje vangt? Maar het slootje was een groot verlaten meer en we bleven niet alleen aan de kant... 
We hobbelden in de tractor afwachtend van wat zou komen. Halverwege sprong onze cowboy van de tractor en pakte een gordeldier. Een reuze pissenbed spartelde wat in het rond, terwijl vriendlief hem bij zijn staart vast had. Zwaar, harig en vreselijk lelijk. Het gordeldier dus.
Na een half uur kwamen we aan bij een groot meer. Bij een wiebelige steiger lag een aluminium bootje. Onze Medelanders leken zich niet druk te maken om de boot, want ze hadden tenslotte zeebenen van al het zeilen, maar ik begon me alleen maar meer druk te maken. Waarom blijven we niet dicht bij de kant? Hier zitten piranha's en kaaimannen! De angst die ik 's ochtends nog had voor de piranha's verdween als sneeuw voor de zon. Het bleken inderdaad maar kleine visjes te zijn met ontzettend scherpe tanden. In een mum van tijd zag ik van meerdere kanten kaaimannen naderen. En deze waren niet zo klein als die we eerder hadden gezien. Met de bek open keken ze mij steeds aan. Ze omsingelden ons bootje. Gelukkig hadden we een reddingsvest aan...
Vriendlief ving natuurlijk prachtige piranha's. Cowboy hakte de kop eraf met zijn mooie grote mes, zodat we de tanden als souvenirtje voor thuis mee konden nemen en knoopte de romp van de vis weer aan de bamboehengel zodat de kaaimannen konden toehappen. 
Ik vertel niets over mijn gegil, mijn angst dat de stukken vlees (aas) aan de hengels tegen mijn hoofd zouden komen (ik ben verdomme vegetariër), de spanning die ik voelde op het moment dat de kaaimannen uit het water sprongen en wellicht bij ons in het bootje zouden vallen en de stilte op het meer. Wat als ik wel in het water zou vallen? De dichtstbijzijnde stad is 400 kilometer verderop!

Het begon te schemeren en het vlees was op. De kaaimannen dropen af en ook wij pakten onze biezen. We hobbelden weer terug en genoten voor de laatste keer van zeewier, bonen en rijst, met drassige kokos en mierzoete fudge toe.
Alsof we nog niet genoeg kaaimannen hadden gezien stapten we 's avonds op de jeep. Het was al pikdonker en we bedachten dat onze hoofdlampjes nu wel van pas zouden komen. De hoofdlampjes hadden we gekocht voor het geval we in het wild zouden moeten poepen en plassen en we geen handen over hadden om een lamp vast te houden. Aangezien we nog elke keer keurig op een wc gepoept en geplast hadden (behalve die paar keer in zee dan...), vonden we het erg fijn dat we de hoofdlampjes toch niet voor niets aangeschaft en meegesleept hadden. De cowboy en de boer lachten ons hard uit. Zij hadden flinke schijnwerpers waarmee ze wél iets konden zien. Onze ledlampjes vielen in het niet.
Gehuld in de meest warme kleren die we mee hadden en een Mexicaanse poncho bibberden we op de jeep. Het was helder en daarom erg koud. Je vergat soms dat het ook gewoon winter is. 
De schijnwerper scheen over het water en de oogjes lichtten op. Kaaimannen en stieren, die aan de andere kant van het water stonden) staarden ons aan. We hoopten nog op andere enge dieren, maar tevergeefs. De jaguars en puma's konden niet van ons verlanglijstje worden afgestreept.

Dag 16 - 10 augustus - Miranda - Campo Grande - Brasilia - Salvador

Ik werd vanochtend weer wakker gemaakt door de tropische vogels. Ik stak mijn voeten in de koude havaianas die op de gladde vloer stonden. Ik sloop naar buiten, zonder vriendlief wakker te maken en ging op het bankje voor onze lodge zitten. Op een paar meter afstand zat een toekan die aan het proberen was om zijn enorme snavel af te gooien. Tevergeefs. Papegaaien kraaiden in de boom en de rest van de toekanfamilie genoot van het voer dat iemand van de boerderij neergegooid had. Ik hoorde de meest vreemde geluiden en de mensen van de boerderij liepen zachtjes over het erf om de mooie vogels niet weg te jagen.
Het was onze laatste ochtend hier. Het paradijselijke leventje is over. We zouden nog eenmaal genieten van een heerlijk vers ontbijtje met kaasballetjes, dan zouden we onze rugzak inpakken en de auto inladen. Geen activiteiten meer, geen enge beesten en geen geweldige uitzichten meer. Onze medelanders zouden nog een dag langer blijven. Wij niet, wij moesten door naar Salvador. Paardrijden stond er vandaag op het program. Niet voor ons, thank God. Ik vermeed vroeger alles wat met paarden te maken had. Ik zette me af tegen mijn zus die elke week stinkend van de manege kwam. Die ene keer dat ik met haar meeging zwiepte er gelijk een paard met zijn staart in mijn gezicht. Ik las de Penny niet en had een hekel aan de boeken van 'Ponyclub de Bokkesprong'. Ik deed neerbuigend naar deze beesten (dieren, sorry), maar eigenlijk was ik er gewoon bang voor. Zo groot en onvoorspelbaar. Kortom, dolblij dat ik deze activiteit zou gaan missen. 
'Jullie gaan toch pas om 10.00 uur weg?' vroeg de boer. 'Jullie kunnen nog makkelijk mee op een paard.' Mijn maag kneep zich samen. Dus toch. 
Ik was niet de enige die dit spannend vond en we werden gerustgesteld; deze paarden zijn ontzettend tam en rustig. Jaja, dat zeggen ze altijd.
Vriendlief kreeg het kleinste paard, het paard dat ik juist in de gedachte had en ik werd op het grootste paard gezet. Ik zat al snel. Het viel best mee. We moesten geheel in cowboy-style paardrijden en moesten de hengsels in één hand vasthouden. Het leuke van dit horseback-rijden was dat je op plekken komt waar je lopend en met de auto niet kan komen. Tijdens deze buitenrit (voor mijn zus was dit vroeger iets speciaals en ik had al een buitenrit tijdens mijn eerste paardrijavontuur) liepen we door de weilanden en door troebele watertjes. De paarden waren inderdaad erg kalm. En rustig. Zo rustig dat ze regelmatig stopten om wat te eten. Mijn paard deed dit vooral op momenten dat ik juist dacht dat het beter was om door te lopen. Terwijl honderden stieren mij omsingelden en mij uitdagend aankeken en terwijl we in het water stonden en de anaconda's en kaaimannen ons vast lekker hapje vonden. Na een uur tussen de parkieten te hebben gehobbeld, maande ik mijn paard om een versnelling hoger te gaan rijden. Werkte niet.
Na zo'n anderhalf uur in een laag tempo mijn eerste paardenavontuur te hebben meegemaakt, merkte ik dat mijn heupen bijna uit de kom getrokken waren. Nu snapte ik waarom Lucky Luke altijd met van die O-benen loopt. 
Op de boerderij werden de piranhatanden ons toegestopt. Ze waren uitgekookt door de kok en alleen de kaken waren nog over. Hoe bewaar je deze fragiele kaakjes? Ik stopte ze in een flesje water, hopende dat ze de hele vakantie zouden overleven. 
Rond twee uur kwamen we aan in Campo Grande. We namen afscheid van onze auto. Volgens onze begrippen was deze behoorlijk vies. Stoffig. Volgens de begrippen van de auto-rent viel dit waarschijnlijk mee, want we hoefden niets extra te betalen. Via de enige gate van het vliegveld verlieten we het mooiste stukje Brazilië dat we gezien hadden. Denkend aan mijn bed & breakfast dat ik zou kunnen beginnen op dit stukje aarde, kwamen we wederom in Brasilia en vervolgens in Salvador. Salvador. Een grote stad. Drukte. Auto's. Ver van de natuur. Erg benieuwd naar wat de komende dagen ons gaan brengen...

Dag 17 - 11 augustus - Salvador

Dinsdag in Salvador is het leukst. Gospelavonden, optredens, feestjes, kerkdiensten en lekker eten. Het centrum, Pelourinho, is the place to be op dinsdagavond. Het was dinsdag. Ik was nog aan het bijkomen van een enorme verkoudheid. Drie keer opstijgen en dalen in het vliegtuig is dan geen pretje. Verkoudheid en een vliegtuig, die combinatie wens ik zelfs Geert Wilders niet toe. Vriendlief werd ook ziek vandaag. We wilden het liefst terug naar the middle of nowhere, ook al waren we de bonen en rijst meer dan zat. We waren nog niet toe aan een drukke stad en al helemaal niet terwijl we ziek waren. 
Maar ja, als je er dan toch bent, moet je er maar het beste van maken. We pakten de bus en stortten ons in Pelourinho. In de hitte klommen we door de de straten. We vielen op. Men kijkt naar ons. We zijn wit. De achterachterkleinkinderen van de slaven zijn net als hun overovergrootouders donker. Ik voelde me zoals de eerste gastarbeider die Nederland betrad. We werden aangegaapt en nagestaard. Alsof we de eerste toeristen waren. Dat was niet zo, want ik wist dat onze vrienden D. & R. er net vertrokken waren. 
Pelourinho was werkelijk waar prachtig, maar ik voelde me er ongemakkelijk. Onveilig en ongemakkelijk. In de sfeervolle straten van het centrum merkte ik op dat we wel heel veel foto's op ons fototoestel hadden staan. 
'Als we overvallen worden, moeten we misschien maar aan de overvaller vragen of we wel ons kaartje eruit mogen halen. Dan mogen ze de camera houden.' Hoe naïef!
Nadat we het centrum in ons opgezogen hadden, pakten we de bus waarop 'Barra' stond. In Barra staat ons hotel en in Barra waren we opgestapt. Het vreemde was wel dat deze bus de andere kant opreed en na een half uur vroeg de bijrijder waar we heen moesten. 
'Barra', zeiden we in koor. Hij liet ons snel uitstappen en wees ons de bus die we wel moesten hebben. Pfff... gedoe in een stad waar je je al niet prettig voelt is nog erger dan gedoe in the middle of nowhere. Ik heb een hekel aan gedoe. 
Uiteindelijk belandden we op het strand. Helder warm water en een mooi uitzicht. We lepelden onze ijsjes op en deden helemaal niets. Niets doen in deze stad was best fijn.
Nu tijdens de pasta, bekennen we aan elkaar dat we ons niet fijn voelen hier. Ik voel me schuldig. Ik ben in Salvador en we doen niet veel. We zouden moeten rondstruinen en uit moeten gaan en moeten genieten van de dinsdagavond in Pelourinho. Als ik op vakantie ben heb ik het gevoel dat ik constant moet genieten en van elk moment, situatie, gebeurtenis en activiteit gebruik moet maken. Dat doen we nu niet. Je mist meer dan je meemaakt...

Dag 18 - 12 augustus - Salvador (de dag des onheils)

Als je begint met het bijhouden van je vakantieverhalen, hoop je natuurlijk dat er ook een spannend verhaal opgeschreven gaat worden. Een interessant verhaal voor feesten en partijen. Oog in oog met een jaguar, een anaconda in je bed of een onverwachte ontmoeting met kannibalen. Leuke avonturen die interessant zijn als je ze verwerkt op de bank in het regenachtige Nederland met een warme kop thee, wetende dat je het overleefd hebt. Op het moment zelf heb je liever geen puma in je afritsbroekpijp hangen en schorpioenen mogen van mij part ook liever buitenshuis blijven. Een brute straatroof hoort natuurlijk bij Brazilië, maar dat wij dat nou mee moesten maken...

Ik werd vanochtend wakker met een kater die Salvador heet. Het is hier nog steeds warm en de stad valt ons nog steeds zwaar. Het is niets persoonlijks, maar het ligt aan ons. Wij zijn niet fit, wij hebben het even gehad en wij smachten naar wat meer rust (lees: natuur en avontuur). En avontuur kregen we. In ons fijne boekje stond de 'Bonfimkerk'. Een kitscherige kerk in het noorden van de stad, waar je een lintje om je pols geknoopt krijgt. Aangezien heel Salvador hiermee loopt en we natuurlijk wel wilden dat men kon zien dat wij ook in deze stad geweest waren we wel geïnteresseerd waren in deze kerk en de wijk eromheen, ondernamen we een busreis die kant op. Een directe lijn en we gingen in één keer goed. We klommen de bult op voor de kerk en al gauw viel ons op dat de kerk zelf niet zo heel bijzonder in z'n soort is. Het speciale aan dit bouwsel zijn de lintjes die aan de deur hangen en de mannetjes (en vrouwtjes) die met de lintjes voor de kerk staan. De lintjes waaiden mee in de wind en maken elke lelijke 'verkoper' tot een waar kunstwerk. Lintje nummer één werd omgeknoopt bij mij. Embranca do senhor do Bonfim da Bahia. Terwijl een jonge knul deze twee keer om mijn pols draaide en er drie knopen inlegde, deed ik een wens. Dit had ik gelezen. In het Portugees vertelde hij me dat de wens pas uit zou komen als het lintje vanzelf af zou vallen. Ik denk in ieder geval dat hij dit zei, maar gelukkig had ik het bewuste ANWB-boekje gelezen en was ik goed op de hoogte. Met een wit lintje om mijn arm kon ik de hele wereld aan. Even in ieder geval. 
We keken wat rond in de kerk, zagen mensen bidden, schoten wat foto's met ons prachtige camera. Terwijl vriendlief uitpufte op een kerkbankje (met een wat grieperig gevoel een berg opklimmen in extreme hitte is geen pretje), liep ik een rondje rond de kerk en potretteerde Salvador met onze geweldige lenzen. Dichtbij, veraf, wat een uitvinding! 
We trippelden van de kerk naar beneden richting een fort. Dit fort, zo stond in het boekje, was al twee keer in handen van de Nederlanders gevallen. We grapten dat dit nog best een keer kon gebeuren en zogen de omgeving in ons op. We kwamen langs een ziekenhuis en moesten onze benen tegen houden. Door de steile wegen wilden zij sneller dan wij van plan waren. Ondanks dat op sommige plekken het asfalt opgengebroken was en we dus goed op moesten letten waar we liepen, keken we ook veel omhoog. Dat moet als je je omgeving in je opzuigt. Ik zag sportschoenen die (voor de gein?) aan telefoon- en elektriciteitskabels waren opgehangen. Ik gniffelde hierom, terwijl het fort in beeld kwam. Het fort stak wit af tegen de blauwe lucht. Ik waande me in historische sferen en genoot van het uitzicht. We maakten kiekjes en betaalden een paar centavos om in het museumpje bovenin het fort te kijken. 
Na drie schilderijen en het achterlaten van een plasje maakten we een plan de campagne. Nog naar een ander museum? Naar het strand? Ergens een hapje eten? We besloten om naar een ander museum te gaan in het centrum. Hier zouden we met de bus sowieso weer langskomen. We lieten het fort voor wat het was en liepen richting bus. We gingen naar een andere halte dan waar we uitgestapt waren, omdat we tenslotte ook in een ander deel van de wijk zaten. 
We namen een rustig straatje dat parallel liep aan het strand. Aan het begin van de straat liepen we langs de achterkant van strandtenten. Vervolgens ging dit over in een woonwijk, temidden van onder andere makelaarskantoren. De stoep was niet zo breed en ik liep achter vriendlief. Vriendlief droeg de rugzak, waar hij net zijn grote fototoestel in opgeborgen had. Het fototoestel van vriendlief vergezelde mijn kleine fototoestel. Nimmer namen we ze allebei mee, maar in Salvador leek ons dat handig. Op plekken waar we ons veilig voelden konden we de grote gebruiken. Op plekken waar het wat drukker en onveiliger was, het kleintje. Handig toch!?

Ik sjokte achter vriendlief aan en keek naar een jongen die ons aan de rechterkant passeerde. Opvallend, want zo breed was de stoep niet en daar komt bij dat die Brazilianen niet zo snel lopen. 
De jongen greep met twee handen naar de rugzak die over de schouder van vriendlief hing. Nu gebeurt het! was mijn eerste gedachte. K*t, de twee fototoestellen! dacht ik vervolgens. Al snel was ik er van overtuigd dat die tas me niets interesseerde, maar dat we nu aan onszelf moesten denken. 
'Laat die tas alsjeblieft gaan, lief!' schreeuwde ik in paniek. In de ogen van de jongen zag ik dat hij niet zomaar zou stoppen. Hij stompte tegen vriendliefs schouder. Vriendlief bleef volhouden. Ik had de tas al lang opgegeven, hij niet. Hij trok en schreeuwde. Ik schreeuwde ook en dit werd nog heftiger toen de jongeman zijn arm om de nek van vriendlief deed. Een wapen had hij niet, maar voor hetzelfde geld zouden zijn vrienden komen om hem te helpen. Misschien hadden die wel wapens! Mijn paniekerig geschreeuw overtuigde vriendlief ervan om de tas toch los te laten. 
Nu is onze tas weg! Wat nu? Ik rende achter vriendlief aan, die achter de jongeman aanrende. Ik hoorde een motor starten en deuren werden opengetrokken. Al die foto's! Rio de Janeiro, de watervallen, de kaaimannen! De mensen die ook de achtervolging inzetten, waren voor mij op dat moment alleen maar een dreiging. Deze zouden de jongeman vast helpen. Al snel merkte ik dat dit niet het geval was. De rennende optocht werd alleen maar langer. Terwijl vriendlief nog hard bleef rennen, liep ik hijgend en puffend over een plein. Een man met zwarte krullen kwam naar mij toe. In mijn versnelde pas, kon hij me met moeite bijhouden. 
'What's going on?' vroeg hij me in het Engels. Gelukkig iemand die Engels kan! Ik zag op het plein dat een heleboel mensen zich aansloten bij ons. Op een schoolplein draaide een grote groep jongens zich onze kant op en zette een sprint in. 
'Two fototoestels!' kon ik alleen maar uitbrengen in half Engels en half Nederlands. Ik had op dat moment geen idee hoe dit af zou gaan lopen. Zou vriendlief de dader al hebben? Zouden we onze spullen nog terug krijgen? Zouden al deze mensen ons helpen? Zouden de jongens van het schoolplein niet alleen maar rennen, omdat ze misschien de bus moesten halen? 
Ondanks dat ik in niet-begrijpelijk Engels vertelde wat de buit was van de jongeman, kon de krullenbol me toch begrijpen en begeleidde me richting strand. Een pukkelende puber kwam naar me toe met onze rugzak! Thank god! Helaas was deze wel leeg. Hij wilde me deze tas graag verkopen. Ik griste hem uit zijn hand en op dat moment snauwde de krullenbol de pukkelende puber waarschijnlijk toe dat het míjn tas was. 
Voor mij was het een uitgemaakte zaak: de dief was vast met de inhoud van de tas een huis ingevlucht en die waren we kwijt. Ik sjokte het strand op en zag dat er ruim honderdvijftig mensen op het strand verzameld waren. Sensatiebelust? Helden? 
'Is that the guy who stole you're bag?' Ik keek naar de plek waar de krullenbol naar wees. In de zee stond een jongen in een wit t-shirt. Hieromheen stonden meerdere mensen met stokken in de hand. Gelukkig, ze hebben hem!
Een meisje kwam naar me toe met mijn opschrijfboekje. Een endje verder zag ik onze zonnebrandcreme, een petje en hét ANWB-boek. Ik keek nogmaals richting onze jongeman die dit keer geslagen werd met de stokken. Ik liep nog tien meter en daar stond vriendlief. Hij poetste zijn camera, die hij godzijdank weer terug had. 
'En de andere camera?' Terwijl ik dit vroeg, stak hij zijn hand in zijn zak en haalde mijn kleine fototoestel te voorschijn. De Brazilianen, die toch wel sensatiebelust bleken, adviseerden ons foto's te maken van het schouwspel dat gewoon doorging in de zee. Ik wilde niet dat onze jongeman met stokken geslagen werd, laat staan dat ik er foto's van wilde hebben. De een na de ander kwam bij ons om zijn of haar excuses aan te bieden. Ze voelden zich zó schuldig, terwijl ik me juist opgelaten voelde dat ruim honderdvijftig man zich voor ons opofferden. Ik bleef ze maar bedanken, terwijl ik me zorgen maakte over de jongeman die flink verwond werd in de zee. Ik was blij dat ze hem 'hadden', maar dat ze nou voor eigen rechter zouden moeten spelen...
'Can they stop now?' krijste ik panisch. 'Stop! Stop!' Ik weet niet of ze me hoorden en me verstonden, maar ze stopten wel. De jongeman werd 'geboeid' uit het water gehaald. Een toevallig passerende schoonmaker gaf hem nog een rechtse. Druipend van het zoute water en bebloed van het geweld dat hem was aangedaan, was het laatste beeld dat ik van deze jongeman had. De buurtbewoners gaven ons de tip om de buurt zo snel mogelijk te verlaten. Wat de reden hiervan was wist ik niet en weet ik nog steeds niet. De jongeman hielden ze goed vast, dus die kon niet veel meer kwaad. Ik vond het vervelend om al onze helden te verlaten, ze hadden tenslotte zoveel voor ons gedaan. Ik bleef ze maar bedanken en met z'n tweeën liepen we richting bushalte. De bushalte waar we eigenlijk al eerder hadden willen zijn. Aangezien de gehele buurt op het strand stond, was het de weg richting bushalte erg rustig. We overspoelden elkaar met het avontuur dat we zojuist beleefd hadden en de adrenaline liet ons stuiteren door de straten. Ik vertelde vriendlief dat de krullenbol een journalist was en dat hij had verteld dat dit hier best vaak gebeurde. Vriendlief vertelde dat hij water had gekregen van een aardige vrouw. Zaken die er eigenlijk helemaal niet toe doen, maar die we op dat moment toch even kwijt moesten. We ratelden maar door, zonder waarschijnlijk echt goed naar elkaar te luisteren. Als we het verhaal maar kwijt waren. 
Bij de bushalte kwamen er steeds meer mensen onze kant op. We waren de enige (witte) toeristen in de buurt, dus iedereen wist ook dat wij de slachtoffers waren. Mensen spraken ons in het Portugees aan. We lachten lief en bedankten deze mensen ook nogmaals. 
De eerste bus lieten we aan ons voorbij gaan. Het was niet de juiste bus en we waren er ook nog niet aan toe om al richting centrum te gaan. Dat was maar goed ook, want een paar minuten later kwam er een auto van de militaire politie aanrijden. Een buurtbewoner wees de agenten de twee witte slachtoffers.
'Welcome to Brasil!' grapte de jongste agent die ons te woord stond met een meterlang wapen in de hand. We gaven aan dat we alles hadden, behalve een lenskapje en dat wij ook in orde waren. Ze hielden de volgende bus aan, informeerden de agent en liet ons instappen. 
Plotsklaps waren we weg van de buurt des onheils. In de bus bleef ik mensen bedanken. De buschauffeur liet ons uitstappen in het centrum, waar we over zouden moeten stappen op de bus richting Barra. Dat tweede museum lieten we vandaag maar achterwege. Tijdens de overstap bekeken we onze camera's eens goed. Op de kleine camera bleek bloed te zitten. Met hygiënische doekjes die we tijdens onze vlucht hadden gekregen poetsten we de camera. SOA's en hepetitis waren nog nooit zo dichtbij. Ik bleef maar poetsen terwijl we de volgende bus instapten. 
In Barra verdienden we wel een dikke vette magnum. We kleedden ons om en namen onze rugzak mee naar het strand. Dit keer zonder paspoorten, fototoestellen en geld. Vanaf nu zou Brazilië nooit meer hetzelfde zijn. Nooit meer veilig. Het strand was de plek waar we erachter kwamen dat we ook de sultana's kwijt waren.
Gelukkig gaan we morgen weer het binnenland in...