Bookmark deze pagina!
Vakantie aanbod Thailand
Reisverhalen
Door Jenny
Thailand
In juli 2003 ben ik naar Thailand vertrokken. Doel: vrijwilligers doen in Noord Thailand. Maar natuurlijk ook lekker vakantie vieren, het opsnuiven van een mix van cultuur en natuur.
En zo vertrok ik in mijn uppie naar Thailand voor een week of 5, met enkel een vliegticket en een rugzak...
Soort reis: Losse vlucht, geboekt bij Vliegwinkel, Steenweg 3, Utrecht. Ook voor binnenlandse vluchten in Thailand!

een van de tempelwachters in Bangkok
route:
Bangkok, Kanchanaburi, Chieng Rai, Chieng Mai, Ayuthaya & Lopburi, Bangkok, Hua Hin & Phetchburi
Mijn eerste kennismaking met Thailand was in Bangkok. Een miljoenenstad met vele mooie tempels en veel faciliteiten voor touristen, maar ook een stad met veel vervuiling. Snel dus door per trein naar Kanchanaburi en Nam Tok, het huidige eindpunt van de death railway.
Daarna ben ik per vliegtuig naar Chieng Rai gegaan. Een verademing! Dit stadje is nog niet door touristen ontdekt, maar is wel reuzengezellig. Hier heb ik vrijwilligerswerk gedaan bij de Akha Hill Tribe.
Vanuit Chieng Rai ben je met de bus binnen een paar uur in Chieng Mai, de roos van het noorden. Ook deze stad beviel me wel, het is tevens de beste plaats in Thailand om inkopen te doen. In Chieng Mai heb ik ook een kookcursus gedaan en heb ik deelgenomen aan een twee-daagse trekking. Behalve olifantrijden en bamboe-raften hebben we ook de Karen Hill Tribe bezocht en hier overnacht.
Next stop: Ayuthaya, waar ik vele oude tempels heb bezocht. Vanuit Ayuthaya ben ik per trein naar Lopburi gegaan, om -juist ja!- meer tempels te bezichtigen. Beide steden waren zeker een bezoek waard. Na deze oude tempels ben ik naar Bangkok gegaan voor een paar dagen.
Mijn laatste dagen in Thailand heb ik doorgebracht in Hua Hin. Elke dag gaat een aantal treinen die kant op, net als vele bussen (maar de trein is leuker!). Zon, zee strand en niet verbrand :-) Ook heb ik Hua Hin gebruikt als uitgangsbasis voor mijn dagtocht naar Phetchaburi, slechts een uurtje per bus. Deze stad telt vele temples uit verschillende tijden, een leuk overzicht. Op een heuvel ligt een mooi historical park. De klim is niet al te zwaar en de bezienswaardigheden liggen niet al te ver van elkaar. De moeite waard dus wanneer je niet de hele tijd op het strand wilt liggen...
Tot slot: Thailand staat bij velen bekend als het land van de glimlach. Voor mij is het echter ook een land met fascinerende bergvolken. En hoewel ik alleen van de Akha-cultuur heb mogen genieten (tijdens mijn vrijwilligerswerk) en heel eventjes bij de Karen naar binnen mocht gluren (tijdens een trekking), hoop ik toch dat de bergvolken hun plekje in Thailand veilig weten te stellen!
Akha Hill
Tribe
De 'Hill Tribes' (bergvolkeren) in Thailand zijn ethnische minderheden die leven in de bergen in Noord- en West-Thailand. Elke Hill Tribe heeft zijn eigen taal, mode en gebruiken. Vele bergbewoners hebben niet de Thaise nationaliteit, maar zijn oorspronkelijk nomaden die vanuit Tibet, Myanmar (Birma), China en Laos naar Thailand getrokken zijn en zich daar inmiddels sinds eeuwen gevestigd hebben.
het Akha-dorp A-leh, hoog in de bergen bij Chieng Rai
Akha
De Akha-tribe komt oorspronkelijk uit Tibet. Tegenwoordig zijn de Akha echter te vinden in Thailand, Laos en Myanmar. De Akha-tribe is qua grootte de vierde Hill Tribe van Thailand, 6% van de
Thaise populatie is Akha.
De meeste Akha-dorpen zijn hoog in de bergen gelegen (1000-1400 meter hoogte), vaak in afglegen gebieden. Ongeveer 80% van deze dorpen ligt in de provincie Chieng Rai. Doordat de meeste dorpen
vrij afgelegen liggen, was er tot voor kort nauwelijks contact tussen de Akha en de buitenwereld. Dit leidde er o.a. toe dat de Akha een werkelijk unieke cultuur en unieke gewoontes ontwikkeld
hebben. Iets wat zeker niet verloren mag gaan!
Cultuur
Hoewel de Akha geen geschreven geschiedenis kent, is er een uitgebreide mondelinge overdracht van mythes, gezegden en gewoontes.
De oorspronkelijke religie van de Akha is het Animisme (natuurgodsdienst die aan alle voorwerpen een ziel toekent). Mede onder druk van de Thaise overheid bekeren meer en meer Akha zich tot
het Buddhisme of het Christendom. Niet Buddhistische en niet-Christelijke invloeden blijven echter merkbaar, deze gewoontes zijn zeer nauw verweven met de Akha-cultuur (bv de
'village gate', zie onder).
Akha eren en respecteren hun voorouders en oudere mensen in het algemeen. Offeren aan de overledenen is geen uitzondering. Over het algemeen wordt een jonge kip geofferd en nog 4 andere
gerechten/ dranken. Het hele gezien eet hier vervolgens van. Ter afsluiting van mijn vrijwilligerswerk kregen we een Akha-maaltijd aangeboden die ook deze elementen bevatte: we aten kip met ei en
rijst, gevolgd door rijst-wisky en thee. Het voedsel moest met beide handen (als een kommetje) naar de mond gebracht worden, precies zoals bij een offermaaltijd. Dit zou geluk en goede gezondheid
garanderen.
de oude mannen aan het diner
Geen enkele maaltijd mag trouwens worden gestart voordat de 'oude (wijze) mannen' begonnen zijn met eten. Ouderen beschikken over een enorme kennis van de Akha cultuur en geschiedenis. Ook
weten zij veel van alles wat bloeit en groeit in de bossen. Voor elke kwaal kennen zij wel een plantextract dat de genezing voorspoedigd. De meeste Akha hebben nog nooit een
ziekenhuis van binnen gezien.
Toch is de levensverwachting van de Akha niet eens zo slecht. Of zal dit komen door de rijstwisky en de kruidenthee die bij elke maaltijd (en niet alleen bij maaltijden...) genuttigd worden? De
Akha geloven in ieder geval dat het drinken van wisky en thee voorspoed brengt.
Voorspoed bij het werk, reizen, in het huwelijk e.d. kan ook door middel van spreuken opgeroepen worden. De ouderen van het dorp binden 'power strands' (een soort draadjes) als armbandjes om je
arm, onder het mompelen van een spreuk. Om de linker arm bij de vrouwen, om de rechter arm bij de mannen.
Voor het oogstseizoen vindt de schommelceremonie plaats. Iedereen schommelt aan een immense schommel om geluk en een goede oogst af te dwingen.
Akha dans in traditionele kledij
Akha hebben een eigen muziekcultuur. Met een beperkt instrumentarium, zang en dans worden hele shows in elkaar gezet. In dorpen waar al electriciteit is dringt echter ook meer en meer Westerse muziek door.
Volgens velen maakt opium een belangrijk deel uit van de Akha-cultuur. Er zullen inderdaad dorpen zijn die opium verbouwen, er zullen inderdaad ook wel Akha zijn die opium gebruiken. Het is echter niet zo dat dit opium gebruik wijd verbreid is in alle Akha-dorpen en dat iedereen high rondrent!
Kledij
Net als vele andere Hill Tribes, is ook de traditionele Akha-kledij fel gekleurd. Het meest opvallende is waarschijnlijk de Akha-hoofdtooi van de vrouwen. Deze is opgesierd met een
behoorlijke hoeveelheid zilver, vaak ook met oude muntjes, en is vrij zwaar. Verder dragen de Akha-vrouwen een soort jasje met veel borduursels, een korte rok en een soort lappen om hun
benen die nog het meest lijken op benwarmers. Dit alles rijkelijk versierd.
Ook mannen dragen oorspronkelijk meestal rijk versierde jasjes, met op hun hoofden een mutsje met vele gekleurde kralen en veren.
Meer en meer Akha-mensen lopen echter niet meer dagelijks rond in deze traditionele kledij. Het maken ervan is namelijk een hele opgave en vergt veel tijd. Helaas is ook een deel van de
traditionele kledij verloren gegaan doordat het is opgekocht door touristen. Aangezien de meeste mensen maar een outfit hebben, is dat natuurlijk een groot gemis!
Akha-dorpen
Voor je een Akha-dorp binnentreedt, moet je eerst door de 'village gate'. Deze heilige poort dient als scheiding tussen het dorp en de demonen die in het bos wonen. Het kwade wordt op deze manier
buiten de deur gehouden. De poorten worden elk jar vernieuwd.
Vroeger, zo zegt de mythe, woonden de Akha, de tamme dieren, de wilde dieren en de 'spirits' in het bos in goede harmonie. Op een gegeven moment werd de harmonie echter verstoord:
geesten stalen eieren van de Akha, de Akha stalen komkommers van het woud. Om escalatie te voorkomen werden toen de poorten gebouwd, deze zouden de wilden geesten buiten het dorp houden en een
scheiding vormen tussen de mens en hun omgeving.
Wanneer je door een village gate het dorp in loopt, word je geacht minstens een Akha woning te betreden. Het aanraken van een village gate is trouwens uit de boze: wanneer de heilige poort is
aangeraakt verliest deze zijn werking, de poort dient te worden gesloopt, een nieuwe poort moet worden gebouwd en deze moet opnieuw worden ingewijd.
village gate, Sangai Pattana
Akha huizen zijn bijna geheel gebouwd van bamboe. De meeste huizen zijn gebouwd op palen, met spitse daken. De huizen hebben geen ramen en zijn dus vrij donker van binnen.
Een traditioneel Akha huis bestaat uit verschillende compartimenten. Mannen en vrouwen slapen gescheiden, het mannenvertrek bevindt zich normaliter aan de voorkant van het huis, terwijl het
vrouwendeel aan de keuken grenst. (Tja, rollenpatronen zijn soms universeel...) De keuken is overigens niet meer dan een soort gat voor hout of kolen, of in sommige gevallen een fles met
buthaangas. Water moet buiten gehaald worden, de afwas wordt ook meestal buiten gedaan. Verder is er in Akha-huizen nog een algemeen werk- en leefdeel, hoewel dit soms een deel van het
mannenvertrek is.
Sanitaire voorzieningen bevinding zich buiten het huis. Sommige huizen hebben een eigen toilet (= gat in de grond) en een eigen (emmer)douche, soms worden deze faciliteiten gedeeld.
Douchen kan natuurlijk ook bij de pomp.
Varkens en kippen lopen meestal vrij rond door de dorpen. Vaak slapen deze dieren onder de huizen.
Levensonderhoud
De meeste Akha leven van de landbouw. Ze cultuveren rijst en mais, houden varkens en kippen, zoeken kruiden e.d. uit de jungle en vangen zo nu en dan een visje of gaan op jacht. Ze
voorzien zo in hun eigen onderhoud, in een nauw evenwicht met de natuur.
De ouderen van het dorp die niet meer in staat zijn om op het land te werken, maken zich nutig door dingen van bamboe te maken, zoals vele manden, maar eetstokjes, lepels en niet te vergeten
bamboe-bekers.
Mede omdat de Thaise overheid (Forestry Department) meer en meer land afneemt (terugneemt?) van de Akha en sommige dorpen gedwongen moeten verplaatsen, is er soms een tekort aan land om de
voedselvoorraad van het dorp veilig te stellen. Andere middelen moeten worden gezocht om in onderhoud te voorzien. Vaak worden handwerkproducten verkocht, o.a. op de nachtmarkt in Chieng Rai (en
Chieng Mai).
verkoop van Akha-artikelen op de Chieng Rai
Nightmarket
Natuur
De Akha leven dicht bij de natuur, in harmonie met de seizoenen en de omgeving. Het leven op grootte hoogte brengt hun mist en regen, was goed is voor de groei van hun landbouwgewassen. De
jungle wordt gebruikt als supermarkt, als bron van gewassen en af en toe voor de jacht. Ook wordt de jungle gebruikt als apotheek, als bron voor geneesmiddelen. En natuurlijk ook als bron voor
materialen om huizen en gebruikartikelen van te maken. Niks wordt verspild, alles wordt zo goed mogelijk benut.
Dat de Akha de natuur vernielen door het continu platbranden van hun rijstvelden, is niet correct. Rijstvelden gaan lang mee en worden met zorg gecultiveerd. Het platbranden van
land in het verleden gebeurde met name doordat dorpen moesten verplaatsen. Dit ten gevolgen van (drugs)oorlogen of in opdracht van locale instanties.
Gedurende twee weken heb ik meegelopen binnen een vrijwilligersproject bij de Akha-Tribe. Directe organisatie was in handen van AFECT, Association for Akha Education and Culture in Thailand. Deze stichting
zet zich in voor de rechten van de Akha, het behoud van hun cultuur en de scholing van de Akha-kinderen.
Dankzij AFECT heb ik mogen ervaren hoe de Akha leven en heb twee weken deel genomen aan dit leven. Mee het veld in, land ploegen, rijst planten, het hoort er allemaal bij. Natuurlijk ook
veel spelen en zingen met de kinderen van het dorp en proberen ze een beetje Engels te leren. Ook heb ik een aantal Cultural Shows mogen bijwonen, waar de Akha voor ons zongen en dansen en
uiteindelijk MET ons zongen en dansen.
Op deze site staan veel foto's van mijn
vrijwilligerswerk, kijk gerust!
Ayuthaya en
Lopburi
Ayuthaya is een van de oude hoofdsteden van Thailand. Er zijn dan ook vele (resten van) tempels die aan dit tijdperk doen herinneren. Ik heb me zeer goed vermaakt in Ayuthaya en Lopburi (iets meer dan een uur treinen vanaf Ayuthaya) en ben dan ook iets langer in deze omgeving gebleven dan de gemiddelde reiziger.
Alle tempels in Ayuthaya liggen in principe op loopafstand van elkaar, al ben je wel behoorlijk bekaf na een hele dag door de stad lopen. Misschien is het een beter idee een fiets te huren,
achteraf gezien...
Wat trouwens wel grappig is, is dat het bij de tempels opvallend rustig is. Tenminste, wanneer je niet toevallig tegelijkertijd met een touringcar dagjesmensen arriveerd. Echter, de meeste
tempels zijn niet interessant genoeg voor deze dagjesmensen, overwegend heerst overal een oase van rust.
Khmer-toren van de Wat Ratburana
De Wat Ratburana is een Khmer-tempel uit de 15de eeuw. In de toren zijn verschillende muurreliëfs gevonden welke te bezichtigen zijn. Klim via toren op en daal
vervolgens af in deze toren via een lelijke betonnen trap.
Tegenover de Wat Ratburana ligt de Wat Phra Mahatat. Meer Khmer-torens, maar natuurlijk ook het hoofd van een Buddha welke is omsloten door wortels.
Buddha beeld bij de Wat Phra Mahatat
De Wat Phra Ram ligt tegenover de beroemde Wat Mongkhon Bophit en de Wat Si Phra Sanphet. Hoewel niet beschreven in bv de Lonely Planet, kun je toch op het terein
van deze tempel komen. In het info-boekje over Ayuthaya, wat voor 20 bath te koop is bij elke tempelingang, kun je meer informatie over deze Khmer tempel vinden. Er is een grote phrang te zien en
er zijn vele chedi's.
De Wat Mongkhon Bophit ligt bij een klooster en bevat één van Thailand's grootste Buddha afbeeldingen. Veel mensen betuigen hier eer aan Buddha.
Naast deze tempel ligt de Wat Phra Si Sanphet. Ooit de grootste tempel van Ayuthaya, ooit was hier een grote gouden Buddha. Nu zijn er verschillende chedi's met daaromheen
mooi bloeiende bloemen. En natuurlijk vele zwerfhonden.
Meer naar het westen ligt de Wat Lokaya Sutharam. Wanneer je naar deze tempel loopt, kom je werkelijk geen tourist tegen. Voor de chedi ligt een imposnate reclining Buddha
van 37 meter lang en 8 meter hoog.
Wanneer je trouwens een bootje chartert, kun je vele tempels ook vanaf het water bekijken. Bovendien heb je ook een mooi uitzicht op de khlongs en het leven van de
mensen aan het water.
De tempels die je ziet zijn o.a. de Wat Chai Wattanaram, de Wat Phanan Choeng en de chedi van koningin Suriyothai.
Wat Chai Wattanaram
Niet op loopafstand, maar met een tuktuk voor minder dan 50 bath te bereiken (afhankelijk van je afding-talent) zijn de Wat Yai Chai Mongkhon en de Wat Phanan Choeng. De Wat Yai Chai Mongkhon is een redelijk groot tempelcomplex met een Buddhistisch klooster op het terein. De grootste chedi van het terein kun je met behulp van een steile trap beklimmen. In de chedi wonen honderden vleermuizen. Op het terein is ook een reclining Buddha te vinden en vele zittende de Buddha's. Erg mooi!
enkele van de vele chedi's bij de Wat Yai Chai
Mongkhon
Vanaf Ayuthaya ben je met de trein in iets meer dan een uur in Lopburi. De treinen gaan ongeveer eens per uur (iets minder), maar vrij onregelmatig. Even de dienstregeling
bestuderen dus!
Verwacht geen goede voorzieningen voor touristen in Lopburi. Er zijn wel een paar hotel, maar niet zo veel. Er zijn voldoende gelegenheden om te eten, maar verwacht geen Engelstalig menu. Maar
boven alles is Lopburi klein en gezellig. Alles is op loopafstand en in een dag heb je ruimschoots de tijd alles te zien.
welkom in Lopburi: stad van de apen
Tegenover het station ligt de eerste tempel al: de Wat Phra Si Ratana Mahathat. Een mooi complex met een aantal goed bewaard gebleven
Khmer-torens en vele chedi's.
Wanneer je hier vandaan naar het noorden loopt langs het spoor zie je verschillende resten van tempels liggen, zoals de Wat Nakhon Kosa en de Wat
Indra. Vooral de laatste is eigenlijk niet meer dan een hoopje stenen, hoe oud de tempel is en hoe deze er ooit uitzag, is helaas onbekend. Wel worden er nog altijd offers
gebracht.
de Prang Sam Yot...
...welke wordt bewoond door vele aapjes
Nog iets verder weg ligt de San Pra Kan. Dit is een van de apen-tempels in Lopburi. Midden op het plein ligt deze tempel, eromheen ligt een soort
rots met klimtoestellen voor de apen. En natuurlijk ligt er een hoop geofferd voedsel. Aan het begin van de middag, toen ik er was, was er echter geen enkele aap te zien, alleen maar
verschillende dikgemeste ratten. Jakkie.
De apen had ik echter al snel gevonden: deze speelden bij een tempel aan de overkant, de Prang Sam Yot. Een mooie tempel met verschillende Khmer-torens en een hoop apen aan
alle kanten. De apen mogen de tempel echter niet in, wanneer je in de tempel stat zie je dus aan all kanten apen die hun ppotjes door de ramen (voorzien van tralies) steken. De omgekeerde wereld:
vrolijke aapjes buiten en mensen in een kooi!
Wanneer je naar de Chao Praya Wichayen loopt kom je nog enkele tempels tegen. De Chao Praya Wichayen hoorde bij het paleis, hier waren de verblijven van de voorname
gasten. De muren staan nog fier overeind, daken zijn er echter niet meer, maar je kunt je wel goed inbeelden hoe het ooit geweest moet zijn.
Het paleis zelf, de Phra Narai Ratchaniwet, ligt om de hoek bij het Nationale museum van Lopburi. Het paleis is behoorlijk groot, de
vele poorten zijn goed onderhouden en het was ook een van de weinige plaatsen in Lopburi waar het gras netjes was gemaaid. Het museum is vrij klein, maar het geeft wel een leuk overzicht van
Lopburi-sculpturen en allerhanden beelden uit de verschillende perioden in de Thaise geschiedenis.
Bangkok
chaos in Bangkok
Bangkok is niet echt mijn meest favoriete stad. Het is groot, er is veel verkeer, het stinkt, het is chaotisch en zo kan ik nog wel even door gaan. Opdringerige tuktuk bestuurders proberen je een
ritje aan te smeren langs allerlei bezienswaardigheden voor weinig geld, maar dan moet je wel even stoppen bij een tailor om een zijden pak aan te laten meten. Of ze gebruiken de smoes dat de
bezienswaardigheid die je wilt bezoeken (waar je al bijna voor de deur staat) gesloten is, maar dat ze wel een alternatief weten: juist een tailor! Alles voor de commissie...
Toch heeft Bangkok ook een aantal zaken die een bezoek de moeite waard maken. Negeer de stank en de tuktuk bestuurders maar voor een paar dagen en bezoek al het moois dat Bangkok te bieden heeft!
overzichtje over het paleis
De Wat Phra Keo en het koninklijk paleis zijn waarschijnlijk de meest bezochte bezienswaardigheden van Bangkok. Het paleislijk domein bestaat
uit twee delen: het religieuze deel en het 'woon'deel. In het religieuze deel staan meer dan 100 tempels, maar de bekenste is toch wel de tempel van de Emerald
Buddha (Wat Phra Kao). In deze tempel staat op een hoge zuil een jaden Buddha-beeldje van zo'n 75cm groot. Eigenlijk zijn er trouwens drie Buddha-beeldjes: een voor het warme
seizoen, een voor het koude seizoen en een voor het regenseizoen. (De overige beeldjes staan tentoongesteld in een museum vlak voor de ingang van het paleis.)
Elke afzonderlijke tempeltoren is een bezienswaardigheid op zich. Het geheel van al deze tempels en tempelwachters bij elkaar is al helemaal betoverend. Veel goud en glimmedingetjes
(soms echte edelstenen, soms stukjes glas), die schitteren in de zon. Kleine klokjes aan de dakranden, die mysterieus klingelen in de wind. Adembenemend.
Het woondeel van het paleis is wat soberder. Een deel is trouwens afgesloten voor het publiek. Minder goud en glans, maar veel mooie geboouwen en vooral groots en ruim opgezet.
Niet ver van het koninklijk paleis ligt de Wat Po, het oudste en grootste tempelcomplex van Bangkok. Ook hier zijn behalve de hoofdtempel meer dan 100 andere religieuze
bouwwerken te vinden, waaronder een aantal kleinere tempels en vele chedi's. Heel mooi.
De belangrijkste touristische attractie in dit complex is echter een liggende (reclining) Buddha, geheel van goud. Het beeld is zo'n 45 meter lang en 15 meter hoog, zeer indrukwekkend.
Op het terein van deze tempel is verder nog een massageschool gevestigd. Voor 180 bath kun je je een half uur laten masseren (300 bath/ uur) en zul je je daarna weer als herboren voelen. De
school biedt trouwens ook cursussen aan voor de echte liefhebbers, maar daar heb ik geen ervaring mee.
veel chedi's in de Wat Po
reclining Buddha, Wat Po
De tempel op de Golden Mount is eigenlijk een aanfluiting, maar toch kan ik aanraden de Golden Mount te beklimmen. Deze gouden (naja, merendeels betonnen) berg biedt
namelijk een prachtig uitzicht over de stad Bangkok. Bovendien kun je op deze 75m hoge heuvel even lekker uitwaaien...
De Wat Saket is vanaf de Golden Mount goed te zien. Mooie tempel.
Aan de andere kant van de Golden Mount ligt de Wat Ratchanatda. Een aparte tempel binnen de collectie van Bangkok, veel hout en een mooi aangelegde tuin rondom. Naast deze
tempel bevindt zich trouwens een amuletten markt. Leuke Buddhistische amuletten in allerlei soorten en maten worden hier te koop aangeboden. Leuke souveniers, die weinig plaats innemen.
De Wat Arun (temple of Dawn) is met een bootje makkelijk te bereiken. Hele mooie tempel, met name later in de middag. Het porselein van de tempel komt op mij enigszins breekbaar over, zeker vanwege de fijne versieringen, maar dat maakt het juist heel bijzonder.
Wat Arun
Vele maatschappijen bieden crouses aan over de Chao Praya rivier, die dwars door Bangkok stroomt. Het is echter wel zo leuk en voordelig om gewoon de Chao Praya river
express boot te nemen, een vorm van operbaar vervoer in Bangkok om van de ene naar de andere kant van de stad te komen (mits aan de rivier gelegen:-) ) Er zijn vele opstartplaatsen, de prijs
hangt af van de afstand en er hoeft niet te worden onderhandeld (!). Wat wil je nog meer?
Vanaf het water heb je een mooi uitzicht over verschillende tempels, als de Wat Arun en de Wat Po, maar ook over de wolkenkrabbers in het moderne Bangkok en de Klongs (paalwoningen) die ook nog
overal te vinden zijn.
Bovendien het je vanaf het water geen last van de herrie en de chaos van het normale wegverkeer in Bangkok. En reken er maar op dat je niet in de file belandt!
China Town moet je zeker bezocht hebben. Lekker slenteren over de vele marketen, waar werkelijk alles wel te koop is voor een fractie van de prijs wat het elders kost.
Sieraden, horloges, maar ook kommetjes en eetstokjes. Veel winkels geven nog een extra korting bij 'whole sale', maar goed, persoonlijk weet ik met één horloge ook wel hoe laat het
is.
Verder zijn er natuurlijk heel veel levensmiddelen te koop, handig wanneer je trek of dorst krijgt. E het is natuurlijk leuk om je kruidenvoorraad thuis op een orginele manier uit te breiden (of
ben ik de enige die regelmatig kruiden meeneemt van vakantiebestemmingen???).
Rondom Siam Square vind je het toppunt van het moderne Bangkok. Grote shopping malls, mega-bioscopen, wolkenkrabbers. Geen gezellige drukte als op een markt, de meeste
Thai kunnen de aangeboden producten niet betalen. Prijzen zijn echter niet hoog voor Europesche maatstaven en merken zijn hier wel écht (even ten overvloede: het is officiëel verboden om
nep-merkkleding in te voeren), bovendien is er airco wat shoppen toch wel aangenamer maakt.
Alleen de sfeer, tja, dat valt tegen...
De meeste mensen zullen de wijk Patpong wel kennen van zijn beruchte gogo-bars. Ik kan alleen zeggen dat er heel veel van dergelijke bars zijn, daar ik nergens naar
binnen ben gegaan kan ik er echter geen aanraden.
De nachtmarkt is echter wel gezellig. Kleding, horloges e.d. worden hier te koop aangeboden. Stuikel niet over de proppers van de nachtclubs die je continu prijslijsten
onder je neus duwen!
Wie kent Khao Sarn Road niet? Hét backpackers district van Bangkok met zijn ontelbare internetcafé's, barretjes, guesthouses, restaurant, travel agencies en al het andere wat een buitenlander wenst. Aan de ene kant is het grappig om te zien hoe het tourisme bloeit in Bangkok, aan de andere kant is het toch wel een beetje eng. In dit district zul je geen normale Thai vinden, hooguit een paar pubers die de illussie hebben dat alles was westers is goed is, en die zich zoveel mogelijk aan willen passen. Zowel qua kleding als qua kapsel, veel geverfde (geblondeerde) haren en dreads en vlechtjes dus, omdat dat is wat de stoere Khao Sarn tourist wil...
levendige handel op de floating market
Vanuit Bangkok kun je binnen een dat de floating market bezoeken. Maak niet de fout die ik maakte (na aandringen van mijn tijdelijke reisgenootjes) om met een tour
operator te gaan, maar neem gewoon lekker de bus.
Hoe eerder je op de markt arriveert, hoe beter. Rond een uur of 9 's ochtends worden de oorspronkelijke waren van de verkopers ingeruild voor touristische waren. Toch is het ook dan leuk om een
bootje te charteren en lekker rond te varen over het water langs de klongs.
Flink afdingen is trouwens een vereiste!
Met dezelfde tour ben ik ook nog naar de Rosegarden geweest. Niet echt een aanrader, veel te kitsch. Wanneer je echter alle Thaise cultuurvormen in een uur voorbij wilt zien komen, moet je vooral wel gaan. Voordeel: je kan in ieder geval zeggen dat je veel cultuurvormen gezien hebt:-)
Chieng Mai
Chieng Mai is een leuke stad. Minder groot en stinkend dan Bangkok, maar wel van alle gemakken voorzien. Er zijn vele guesthouses, laundry services en heel veel travel agencies, waar je zowel uitstapjes rondom de stad, trekkings (zie onder), kookcursussen (zie onder), als visa voor omliggende landen kan regelen.
De meeste bezienswaardigheden in Chieng Mai liggen op loopafstand. Binnen de oude stadsmuren, waar hier en daar nog een paar resten van te vinden zijn, liggen verschillende mooie tempels. Samen met Sanne heb ik door de stad geslenterd, van chedi naar chedi.
De Wat Phra Singh (1345) is een mooi voorbeeld van de Lanna-stijl. Het tempelcomplex schijnt het grootste van Chieng Mai te zijn. Meteen naast de tempel ligt een school
met een groot sportveld, het gedreun van de basketballen is echter in de tempel niet hoorbaar :-)
De meest bijzondere tempel vond ik de Wat Chedi Luang, tevens één van de oudste van de stad (1441). De Chedi is deels gerestaureerd, maar deels in zijn
oorspronkelijke staat gelaten, wat een goed beeld geeft van hoe het is en hoe het was. In de tempel is recentelijk een aantal gouden Buddha-beelden geplaatst, in het verleden stonden hier echter
ook al beelden. Een aantal van de olifantenkoppen die de tempel opzieren is geheel gerestaureerd, een aantal andere van deze 7 koppen niet.
Naast de hoofdtempel ligt nog een aantal kleinere tempels, waaronder eentje met een reclining Buddha. Ernaast staat een lachende Buddha Birma-stijl. Ik vind het heel erg leuk, de afwisseling
tussen de verschillende stijlen. Helaas herken ik ze nog niet allemaal, zeker de combinaties van verschillende stijlen niet... Op dit tempelterein kun je bovendien terecht voor
een 'monk-chat'(discussie met monniken). Helaas heb ik dit niet gedaan.
Niet ver hiervandaan ligt de Wat Phan Tao. Het bijzondere aan deze tempel is dat deze geheel van teakhout is, zowel van binnen als van buiten. Tijdens ons bezoek aan de
tempel hadden een aantal jonge monnikken tekenles. Helaas waren ze te verlegen om hun kunstwerken te showen.
Wat Doi Suthep
detail van de Wat Doi Suthep
Buiten de stad ligt de Wat Doi Suthep. De legende zegt dat de plaats waar deze tempel gebouwd is, is uitgekozen door een olifant. Hoe dan ook, de tempel ligt op de Doi
Suthep (berg) en is via een lange slingerweg te bereiken. Bij elke bocht hoopte ik dat we toch eindelijk bij de tempel waren, ik begon me meer en meer misselijk te voelen. Kosten busje: 30 bath.
Wanneer je dan bij de ingang van de tempel staat, ben je er echter nog niet. Eerst moet je nog een naga-trap op, welke 300 treden telt. (Of je neemt de kabelbaan, maar dat heeft minder
charmes...)
Veel gouden chedi's, een tempel met veel pracht en praal. Verder zijn er op het terein nog een aantal musea gevestigd met al dan niet nuttige tentoonstellingen. Eén tentoonstelling bevat
bevoorbeeld allemaal geld (papiergeld en muntjes) wat door verschillende bezoekers is gedoneerd om tentoongesteld te worden. Wel orgineel.
Vanaf de tempel heb je een mooi uitzicht over de stad Chieng Mai en het vliegveld, tenminste, als het weer het toelaat.
De waterval en het paleis op de Doi Suthep heb ik niet bezocht wegens plotselinge tropische buien. Ik heb geen paraplu, ik wil geen paraplu. De enige waterval die dag was dus de tijdelijke waterval die harder en harder van de steile weg naar beneden stroomde. Ook mooi om te zien, zolang je kan schuilen althans.
jeugdige muziekantjes op de nachtmarkt: opbrengst is voor hun scholing
Verder kun je natuurlijk ideaal shoppen in Chieng Mai. Alles is wel te koop op de nachtmarkt, welke de grootste van Thailand is. Het merendeel van deze markt is trouwens
overdekt, regen geen bezwaar dus. De markt duurt van 18-23h, op vele plaatsen zijn trouwens hapjes en drankjes te krijgen. Grote aankopen? Geen probleem. Verschillende stands accepteren
creditcards, ook is er een ATM in de buurt. En natuurlijk circuleren ook hier weer vele tuktuks om je met aankopen naar het hotel te brengen. Ook Alice heeft hier ervaring mee: ze is naar het
guesthouse gebracht met een Buddha van bijna anderhalve meter. Enneh, dat ding was best zwaar! Beetje luguber trouwens: maar het in kranten gewikkelde beeld had toch wel wat weg van een
stoffelijk overschot. Uw paspoort, meneer!
Verder is er op zondagen nog de zondagsmarkt (geen idee hoe dit ding officiëel heet), vanaf de stadspoort over de gehele Thanon Tha Phae.
En er zijn natuurlijk nog vele 'gewone' winkels in Chieng Mai, waaronder heel erg veel boekwinkels. Funest voor je bagagelimiet, maar wel heel leuk! Veel boeken, zowel
nieuwe als tweedehands, liggen hier te wachten op een nieuwe eigenaar.
Tip: Wanneer je een goedkope Lonely Planet wilt, kijk eens in Chieng Mai. Met name van Zuidoost-Azië, maar ook van andere
bestemmingen. Prijs: rond de 500 bath (10 euro).
Op ontelbare plaatsen in Chieng Mai worden trekkings door de omgeving aangeboden. Zowel het aanbod als de prijs variëert heel erg. (Hoeveel je moet lopen, wel/ geen olifanten of bamboo-raften enz.) Ik heb een trekking bij Rose Garden aan de Thanon Ratchamankha geregeld. Deze koste 1300 bath voor twee dagen, inclusief alles.
hiking door de bergen...
hete bronnen bij Pai
Karen-dorp
op een olifant door de rivier
bamboo-rafting tijdens de trekking
In Chieng Mai heb ik ook een kookcursus gedaan bij het Thai Chocolate Cookery Centre. Ook hier geldt weer: er worden vele cursussen aangeboden, van een avondje tot 3
volle dagen. De cursus die ik gedaan heb, duurde één dag (650 bath).
De cursus begon met een excursie naar een markt. Daar kregen we uitleg over verschillende soorten rijst, noodles, Thaise groenten en natuurlijk de Thaise specerijen.
Vervolgens gingen we in groepjes van twee aan de slag. In totaal hebben we ongeveer 8 schotels bereid en vervolgens opgegeten, het was allemaal erg lekker! Voordeel voor sommigen: je kan zelf
beslissen hoe spicy je de gerechten wilt.
Enneh, de slogan van het bedrijf wil ik niemand onthouden: 'Our food is garanteed to make you look pregnant!' (?)
Hua Hin en
Phetchaburi
Hua Hin ligt op nog geen vier uur treinen vanaf Bangkok. Het is een leuke badplaats, ondanks dat (of beter: juist doordat) het niet afgeladen vol is met touristen. Er zijn vele hotels en guesthouses en ook is er een grote verscheidenheid aan restaurants. Maar ja: ik ben van mening dat je het lekkerste eten gewoon op straat koopt, of op de nachtmarkt, zo ook in Hua Hin. Omdat Hua Hin aan zee ligt, zijn er voor weinig geld fantastische visgerechten te koop.
Het strand van Hua hin is lekker rustig (althans, toen ik er was). In de buurt van het Hilton zijn verschillende barretjes met ligstoelen (stoelen zijn gratis wanneer
je af en toe wat te drinken besteld), maar verder naar het zuiden is het strand verlaten, op een paar locale vissers na dan. Ideaal voor een strandwandeling, lekker uitwaaien en af en toe een
frisse duik in de zee.
Op het strand kom je regelmatig zeesterren en krabbetjes tegen. Wat wel een beetje minder is, is dat er ook enorme kwallen rondzwemmen (soms meer dan een halve meter groot...). Maar dat mag de
pret niet drukken!
het strand van Hua Hin
Wanneer je vanaf het Hilton een uur of twee naar het zuiden loopt, (of een busje neemt,) beland je bij Khao Takiab. Vanaf deze rotspartij heb je een mooi uitzicht over de
baai, bovendien is er nog een tempel die je kan bezichtigen. Tegen de rots aan staat en grote goudkleurig Buddha die ook over de baai uitkijkt.
Op weg naar boven zul je door apen omringt worden. Ze zijn niet aggressief ofzo, maar willen wel heel graag wat te eten. Voor weinig geld kun je bananen kopen om aan de
aapjes te geven. (Wees voorzchtig, ook via apen kun je rabius/ hondsdolheid krijgen!) Ook ik heb me laten verleiden tot het kopen van deze bananen. het gevolg was duidelijk: van overal kwamen
aapjes aangerend die probeerden wat lekkers te bemachtigen. Overal voelde ik grijp-grage handjes, een aantal aapjes probeerde zich zelfs omhoog te trekken aan de rand van mijn broek. Heel
schattig!
Khao Takiab
Vanuit Hua Hin kun je met de bus naar Phetchaburi. Bussen gaan een paar keer per uur en doen er iets meer dan een uur over.
In Phetchaburi zijn vele tempels uit verschillende tijdperken van de Thaise geschiedenis. Om een goed beeld te krijgen kun je de wandeling die in de Lonely Planet
beschreven staat volgen. De wandeling gaat door het centrum van de stad met een markt, maar ook door rustige straatjes met daarlangs leuke winkeltjes. Zo kon ik het niet laten om voor een paar
bath kruiden te kopen in een van de winkels. Leuk voor thuis, wanneer je ze durft te gebruiken tenminste (en er iets lekkers uitrolt).
De belangrijkste tempel in Phetchaburi is de Wat Mahathat. Hoe overal in de stad zijn bordjes te vinden die naar deze tempel wijzen, hij is dus niet echt moelijk te vinden.
Vele Thai betuigen hier hun eer an Buddha.
De Wat Kamphaeng Laeng vond ik persoonlijk echter meer een bezoek waard. Op een terein verscholen tussen de bananenbomen staat een aantal Khmer-tempels uit de 13de
eeuw. Blaffende honden bewaken de tempels, ook ditmaal was ik hier niet zo blij mee! Blaffende honden mogen dan wel niet bijten, maar ze stralen wel aggressie uit. Bovendien wil ik echt niet
weten welke micro-organismen er op die honden wonen...
muurreliëf
In het historical park van Petchaburi kun je je ook makkelijk een paar uur vermaken. Over een berg verspreid liggen verschillende tempels, chedi's en verblijven van
oude koningen. Over goed onderhouden paden ben ik van de ene naar de andere bezienswaardigheid gelopen. Veel paden lopen tussen bomen en planten door, die erg mooi zijn, maar ook wat
schaduw bieden. Bovendien heb je vanaf de heuvel een mooi uitzicht over de stad. Enneh, ook deze heuvel wordt weer behuisd door vele apen.
Net buiten het park liggen trouwens ook nog een paar mooie tempels met goedbehouden muurreliëfs. Wanneer je vanaf het centrum te voet naar de trap gaat die de heuvel op leidt, kom je er vanzelf
langs.
chedi in het historical park
tempel bij het paleis
Kanchanaburi
Kanchanaburi en de 'River Kwai Bridge' zijn plaatsen die bijna elke tourist in Thailand wel wil bezoeken. Vanuit Bangkok worden er vele dagtrippen aangeboden die kant op, maar zo'n excursie is niet helemaal mijn ding. In plaats daarvan heb ik de SRT-tourist train genomen. Dit is een initiatief van de Thaise spoorwegen met als doel de Thai iets van eigen land te laten zien. Deze trein vertrekt elk weekend om 6.30 's ochtends vanaf Bangkok Hualamphong treinstation naar Nam Tok, het huidige eind van de Birma-spoorlijn ('death railway').
'every stone, building the death railway in this area, was cut by POW's hand tool during WW2 AD.
1939-1945'
Nahkhon Pathom is de eerste plaats waar de trein stopt. Op een paar minuten lopen vanaf het station ligt de Pra Pathom Chedi, het hoogste Buddhistische monument ter wereld. Het is inderdaad een grote goudkleurige Chedi, waar bijna iedereen uit mijn trein (bijna iedereen was Thai en Buddhist) even een offer bracht. Het is ook grappig om even om de Chedi heen te lopen, in de muren zijn vele nissen met Buddhabeelden. Rondom de tempel staan trouwens vele jackfruit bomen. Een grappig gezicht om deze lompe vruchten aan een boom te zien hangen!
Tweede stop was de beroemde River Kwai Bridge in Kanchanaburi. Slechts enkele treinen gaan per dag over deze brug, maar er
lopen dagelijks honderden touristen over. Het is natuurlijk het historisch besef wat deze brug bijzonder maakt, de brug an sich is geen architectonisch hoogstandje
ofzo.
Rondom de brug aan de oevers van de rivier liggen vele barretjes en hotelletjes en zelfs een golfbaan. Ziet er gezellig uit, schijnt ook gezellig te zijn, maar persoonlijk voelde ik er niet
voor om te blijven overnachten en te feesten in de plaats waar zoveel POW (prisoner of war, krijgsgevangenen) ter aarde zijn gesteld en worden herdacht. Voor elke meter
spoorlijn is een POW gesneuveld!
(De overledenen zijn naar schatting onder te verdelen in 16.000 gealliëerden en 75.000 Aziaten. Eén op de vijf krijgsgevangen die aan de spoorlijn bouwden, heeft het niet overleeft.)

de beroemde brug over de River Kwai
Na deze stop sukkelde de trein door over de death-railway in de richting van Myanmar (Birma). De route is werkelijk prachtig, veel bergen, mais- en rijstvelden, bossen
en vele rospartijen. Op vele plaatsen zijn de rotsen weggehakt om plaats te maken voor de trein. Dat moet een helskarwei zijn geweest!
'Hoogtepunt' is daar waar de rails gedurende enige honderde meters tegen de rotsen aangeplakt lijkt. Aan de ene kant rijzen de rotsen en bergen stijl omhoog, aan de andere kant bevindt zich
een diepe afgrond met water.
de death railway loopt hangt soms tegen de rotsen aangeplakt
Nam Tok is de eindbestemming van de trein. Hier maakt deze een stop van drie uur voor de terugreis begint. Vanuit het eindpunt van de trein is het niet ver naar
de Soi Yok Yai watervallen in hetSoi Yok National Park. Aardige watervallen, maar in juli (aan het begin van het regenseizoen) niet heel indrukwekkend.
Er zijn vele eetstalletjes bij watervallen, een ideale plek voor de lunch dus. Vele Thai beginnen hun picknick.
Via een goed gemarkeerde weg kun je echter ook het natuurreservaat in. Behalve de bronnen van de waterval en en aantal tempelhuisjes kun je ook naar de Badan
Cave lopen. (Bereik je in ongeveer een uur wanneer je stevig doorloopt.) Neem wel een zaklamp mee, anders kun je de grot niet in (weet ik uit ervaring...)!
Het natuurreservaat is erg mooi, niet echt veel dieren, maar des te meer verschillende planten die tegen de bergen aan glooien.
de Soi Yok Yai waterval
Op weg terug naar Bangkok nog een stop gemaakt bij de Allied War Cemetery in Kanchanaburi. Hier bevinden zich de graven van zo'n 7000 POW, met
name uit Maleisië, Nederland (Indonesië) en Engeland. De begraafplaats is goed onderhouden, tussen de duizenden kleine zwarte steentjes staan vele plantjes en bloemetjes en het gras is kort
gemaaid.
In principe liggen de registerboeken onder de toegangspoort, in een klein kastje aan de linker kant. Na vijven worden de boeken echter opgeborgen. Iedere nationaliteit heeft zijn
eigen boek(en), namen staan vervolgens op alfabet, gevolgd door een 3-letter/cijfer code (bv 7D2): de plaats waar het graf zich bevindt. (Voor vragen: de beheerder van de begraafplaats heeft
een huisje links achter. Deze is echter niet 24 uur per dag aanwezig.)
Allied War Cemetery, Kanchanaburi
Rond een uur of acht 's avonds bereikten we Bangkok, eindbestemming van de trein.

